Gemeenteleden en ambtsdragers

Iedereen kan lid van de Nieuw-Apostolische Kerk worden mits hij de nieuw-apostolische geloofsleer erkent. Aanspraak maken op het verwerven van het lidmaatschap is niet mogelijk. Het lidmaatschap begint met de ontvangst van het sacrament “de Heilige Verzegeling”. Van de leden wordt verwacht dat zij hun leven naar de leer van Christus inrichten. Zij hebben recht op deelname aan alle voor hen bestemde kerkelijke handelingen en zielzorg.

Uittreden uit de Nieuw-Apostolische Kerk is altijd mogelijk. Bij ernstige en blijvende overtreding tegen leer, doel of aanzien van de kerk kan uitsluiting volgen. In de Duitse gebiedskerken kan dat door het landsbestuur uitgevaardigd worden. De redenen moeten aan de betreffende meegedeeld worden. De betreffende kan daar binnen een periode van drie maanden tegen in beroep gaan, waar dan het landsbestuur in een bezetting van drie leden in beslist, nadat de betreffende de mogelijkheid van een hoorzitting werd geboden.

Ambten in de kerk

De Stamapostel en de Districtsapostelen wijden voor het houden van kerkdiensten en de zielzorg van de broeders en zusters naast Apostelen ook de ambtsdragers van de Nieuw-Apostolische Kerk, t.w Opzieners, Districtsoudsten, Districtsevangelisten, Herders, Gemeente-evangelisten, Priesters en Diakenen. De priesterlijke ambten (van Opziener t/m Priester) zijn bevoegd om de sacramenten “de Heilige Waterdoop” en “Heilig Avondmaal” uit te reiken. Hun beroeping vereist een bijzonder grondige kennis van de leer en inrichting van de Nieuw-Apostolische Kerk, alsmede een onbesproken en op de leer van Christus afgestemde levenswandel. De ambtsuitoefening geschiedt vrijwillig en is in beginsel onbezoldigd overeenkomstig de instructies van de Stamapostel, de Districtsapostel en de Apostel.

Zwijgplicht van zielzorgers

Alle ambtsdragers zijn geestelijken in de zin van de algemeen geldende wetgeving. Zij zijn met betrekking tot alle omstandigheden, waarvan zij als gevolg van hun activiteiten als ambtsdrager kennis verkrijgen, tot geheimhouding verplicht. Die zwijgplicht geldt tot over de duur van hun actieve ambtsperiode. Ontslag, ambtsrust, ambtsontheffing, uittreding of uitsluiting beëindigen de ambtswerkzaamheid en hebben het verlies van alle aan het kerkelijke ambt verbonden rechten tot gevolg.