NAKI nieuws

Nieuw standpunt over transseksualiteit

11.01.2007

Zürich. De Nieuw-Apostolische Kerk publiceert een nieuw standpunt over transseksualiteit. Daarin staat o.a.: of en in welke omvang een mens, die in zijn transseksualiteit onherroepelijk is vastgelegd, door de geslachtsaanpassingen schuld tegenover God op zich laat, is alleen voorbehouden aan het oordeel van God.  Geslachtsaanpassingen zijn onderdeel van de eigen verantwoording.

Standpunt over transseksualiteit

Wanneer de mens wordt geboren heeft hij een geslacht, ook wel biologisch geslacht genoemd. Daarmee is zijn geslacht vastgelegd.

Transseksuelen voelen zich biologisch gezien behorend tot het andere geslacht. Daarbij behoort de afwijzing van het rollenpatroon dat met het aangeboren geslacht verbonden is en de dringende wens om sociaal en juridisch gezien erkend te worden tot het gewenste geslacht. Daaraan gerelateerd bestaat er een geleidelijke , doorgaans  verschillende, afwijzing van de lichamelijke kenmerken van het aangeboren geslacht,  alsmede in de regel ook de drang om door hormonale en chirurgische ingrepen zoveel mogelijk de uiterlijke verschijningsvorm overeen te laten komen met het gewenste geslacht. Meestal staan transseksuelen onder een enorme druk van psychisch lijden.

Voor de gewenste geslachtsaanpassingen moeten deskundigen vaststellen of er van transseksualiteit  sprake is. Er kunnen jaren voorbijgaan totdat er geslachtsaanpassingen plaatsvinden. Daarna is in ettelijke landen het mogelijk om het burgelijke geslacht te laten wijzigen.

In de bijbel staan er geen uitspraken over transseksualiteit. Of en in welke omvang een mens, die in zijn transseksualiteit onherroepelijk is vastgelegd, door de geslachtsaanpassingen schuld tegenover God op zich laat, is alleen voorbehouden aan het oordeel van God.  Geslachtsaanpassingen zijn onderdeel van de eigen verantwoording.

Transseksuele geloofsbroeders- en zusters en hun familie kunnen er zeker van zijn dat de aan hun verrichte zielzorg onverminderd doorgaat.

Transseksuelen kunnen geen ambtsdrager zijn en geen onderwijstaken uitoefenen.