NAKI nieuws

“Meer waarde verbinden aan het Heilig Avondmaal”

02.01.2007

Fotos: Verlag

Zürich. „De viering van het Heilig Avondmaal moet in de diensten meer gewicht krijgen.“ Daar is Stamapostel Wilhelm Leber voorstander van. In het interview met de redactie van de “Onze Familie” licht de Stamapostel bovendien toe, waarom hij scholing van de dienaren noodzakelijk acht. Vervolgens kondigt hij voor het najaar van 2007 een tweede informatieavond aan. Vragen over de kerkgeschiedenis zouden het thema kunnen zijn.

Uit het interview publiceren wij enkele gedeelten. Het volledige interview kan in het januarinummer van het huisorgaan van de Nieuw-Apostolische Kerk “Onze Familie” worden gelezen. Zij zal op 5 januari verschijnen en is verkrijgbaar via het Verlag Friedrich Bischoff te Frankfurt.

Weergave van het interview is wegens copyright-redenen niet geoorloofd.

 

Gedeelten uit het interview met Stamapostel Wilhelm Leber

Thema: Boodschap Bischoff

Als Stamapostel bent u de hoogste vertegenwoordiger van de kerk en vertegenwoordigt u de kerk ook in de media. Enige tijd geleden heeft men u geïnterviewd voor een tot de Evangelische kerk behorend tijdschrift. Hoe kwam dat zo?

Onze mediareferent, Districtsevangelist Johanning, gaf mij die aanvraag. We hebben overlegd in hoeverre dat voor de kerk zinvol is en kwamen tot het inzicht, dat het een gelegenheid zou zijn om onszelf voor te stellen en vooroordelen uit de weg te ruimen. De redacteur had de opdracht gekregen om contact te zoeken met verschillende geloofsrichtingen. Hij heeft zich aan de hand van het materiaal dat hem ter beschikking stond, over de NAK geïnformeerd en gericht navraag gedaan naar de punten die voor buitenstaanders een beetje moeilijk te begrijpen zijn. Het ligt in mijn aard om overal heel open mee om te gaan. Ik geloof, dat dit overeenstemt met onze tijd en ook met onze doelstelling, binnen de kerken een zekere waardering te bereiken. Maar dat is een ontwikkelingsproces dat vereist, dat wij ons niet terugtrekken.

In dat interview ging het onder andere over de boodschap van Stamapostel Bischoff, dat de Heer zou wederkomen gedurende zijn leven. Uw antwoord op die vraag was verrassend. U gaf te verstaan dat u daar heel open over denkt en bracht tot uitdrukking dat het voor u een onopgeloste vraag gebleven is waarom die boodschap zich niet vervuld heeft.

Ja, het is en blijft voor mij een onopgeloste vraag. Er bestaat een officieel communiqué uit de tijd van Stamapostel Fehr, dat zegt, dat Stamapostel Bischoff er persoonlijk aanspraak op gemaakt heeft en met de autoriteit van zijn ambt in verband gebracht heeft; maar het is niet bekend op welke manier hem die openbaring gegeven is. Er is menigmaal geprobeerd om de begeleidende omstandigheden te verklaren, maar geen enkele keer kwam het tot een overtuigend resultaat. Het zal wel nooit laten vastgesteld kunnen worden hoe Stamapostel Bischoff deze boodschap heeft ontvangen. Hijzelf heeft altijd heel algemeen gezegd: de Heer heeft het mij laten weten.

Die boodschap is, zogezegd een “doorn in het vlees van de Nieuw-Apostolische Kerk”. Kan men het openbarende karakter van de boodschap relativeren – onafhankelijk ervan of zij zich vervuld heeft of niet?

Ik kan het er niet mee eens zijn dat die boodschap een “doorn in het vlees van de Nieuw-Apostolische Kerk” zou zijn. Allen, die deze tijd bewust beleefd hebben, weten, hoe intensief het wachten op de wederkomst van Christus in stand gehouden werd. Voor het overige ben ik persoonlijk nog steeds van mening dat het een openbaring was. De boodschap is als openbaring, als goddelijke mededeling, opgevat en in de gemeente kenbaar gemaakt. Maar de vraag doet zich voor: hoe, wanneer, waar en in welk bestek? Of Stamapostel Bischoff de openbaring juist verklaard heeft of dat er dingen bij waren, die onderhevig zijn aan een zekere beoordeling, onttrekt zich aan onze kennis.

Men zou dus moeten zeggen: er is een openbaring en dat bestrijden wij niet. Maar de verklaring van die openbaring is persoonlijk.

Zo zou het kunnen zijn. Evenzo geldt dat voor het boek van de Openbaring in de Heilige Schrift. Daarin worden gebeurtenissen beschreven, die wij als onderdeel van Gods plan beschouwen. Maar de verklaring van deze gebeurtenissen is niet altijd duidelijk.

In dat interview hebt u op hun vraag “bent u onfeilbaar” duidelijk “nee”geantwoord. Nu betekent het dogma van de onfeilbaarheid niet, dat bijvoorbeeld de Paus als privé persoon onfeilbaar zou zijn, maar alleen, wanner hij ‘ex cathedra’ – dus vanuit de uitdrukkelijke autoriteit van zijn ambt – spreekt. Daaruit komt de vraag naar voren hoe bij ons beslissingen met betrekking tot de leer tot stand komen en welk waarheidskarakter die dan hebben?

Ik geloof, dat wij het ons daarmee altijd moeilijk maken en het voor ons mensen niet mogelijk is om het ambt volledig van de persoon te scheiden. Daarvan is een mogelijke misvatting het gevolg. Zekere grondbeginselen van ons geloof staan vast. Maar dat zie ik niet direct met het ambt van stamapostel verbonden, integendeel, dat is openbaring van de Heilige Geest, dat is evangelie, dat is hetgeen in de Heilige Schrift geschreven staat. Maar voor wat betreft al het andere, zowel verklaringen als actuele kwesties, misvattingen laten zich niet uitsluiten.

Thema: Liturgie

Zou hieraan ook niet toegevoegd moeten worden na te denken over de liturgie van onze diensten?

Er is een pril begin. In de tegenwoordige, jachtige tijd is het moeilijk om zich op de prediking te kunnen concentreren. Dan ontstaat de behoefte aan een beetje meer liturgie, aan een beetje meer ruimte voor het hebben van gevoelens. Bij wijze van voorbeeld kan door een toepasselijk lied meer bezinning geschapen worden, of door passend orgelspel, maar ook door stilte. Waarom niet? Dat beleeft men anders helemaal niet meer. Zulke kleine elementen van een liturgie, van een aanpassing aan de gemeenschappelijke realiteit, om het de broeders en zusters gemakkelijker te maken om zich op het woord te concentreren – dat sluit ik niet uit. Maar het moet niet zo zijn, dat wij plotseling een uitgebreide liturgie hebben of volledig nieuwe elementen toevoegen.

Er zal dus geen grotere afwisseling tussen gemeente en dienstleider komen in het verloop van de dienst, omdat de gemeente momenteel overwegend hoorder van het woord is?

Dat is juist. De gemeente wordt enerzijds door muziek betrokken in de dienst. Dat zou onder bepaalde omstandigheden een groter aandeel kunnen hebben dan tegenwoordig het geval is. Er zou ook – volgens bepaalde richtlijnen – een bijbellezing kunnen plaatsvinden. Dat zou een gelegenheid kunnen zijn waar de gemeente resp. broeders en/of zusters in betrokken kunnen worden. Dat zou daarom nut hebben, dat het een beetje onderwijzend werkt om in de bijbel te lezen. Om die reden sta ik heel positief tegenover deze gedachten.

Zou de viering van het Heilig Avondmaal niet iets uitgebreider en rijker vormgegeven kunnen worden, b.v. wanneer men van tevoren een boetegebed uitspreekt of weer de bijbelse tekst als inleidende woorden zou nemen?

Zeker. Ik heb het altijd al zo ervaren, dat bij ons de overgang naar het Heilig Avondmaal echt krap bemeten is. Men zou het Avondmaal meer in het middelpunt moeten stellen. Maar zulke veranderingen moeten behoedzaam uitgevoerd worden. Daarvoor moeten wij ook bij de priesterlijke ambten het bewustzijn bewerkstelligen. Want alles, wat weer in een vaste vorm gegoten wordt, loopt het gevaar, nadien weer af te vlakken. Wanneer het Heilig Avondmaal nog slechts een aanhangsel is, zal alles wat wij aan maatregelen bespreken, uiteindelijk niet bevredigend zijn.

Thema’s: Scholing/Informatieavond

Als Stamapostel hebt u het grote verlangen om de kwaliteit van de verkondiging van het woord te verbeteren. Daartoe is het noodzakelijk om de ambtsdragers te scholen, te ondersteunen, bij te scholen. Dat brengt u steeds weer onder de aandacht. Maar de indruk ontstaat, dat het in enkele werkgebieden van Districtsapostelen wordt en in andere weer niet. Hoe denkt u deze situatie te verbeteren?

Wij willen de werkgebieden van Districtsapostelen meer materiaal ter beschikking stellen, zodat zij daar direct mee aan de slag kunnen. Wij hebben b.v. een  film over het thema “gezinsbezoek” gemaakt. Dat is een project dat direct in die gebieden past. Anders is er iets in beweging gezet – en wordt er niets mee gedaan. De gebiedskerken hebben het naar hun eigen inzicht en beste mogelijkheden uitgevoerd, maar bepaald zeer uiteenlopend in vorm en intensiteit.

Bij veel broeders heerst tot nu toe de opvatting: ik heb iets gehoord en ik kan het. Maar ieder, die gestudeerd heeft weet, dat als je iets hoort, dat je het dan nog lang niet kunt. Hoe zou het zijn als de NAK een soort bijbelschool zou instellen, waarin colleges en cursussen aangeboden worden, waaraan iedere geïnteresseerde broeder vrijwillig kon deelnemen. Want velen weten niet hoe zij aan gefundeerde informatie kunnen komen.

Zoiets hebben wij nog niet en het zal zich moeilijk laten veranderen. Dat hebben eerdere ervaringen aangetoond. Een inrichting als een bijbelschool zou denkbaar zijn. Maar er zou een overeenkomstige leerstof  verwerkt moeten worden. Anderzijds mag men niet over het hoofd zien, dat er velen zijn die zeggen, dat men zich in de kerk teveel door het hoofd, door het verstand laat leiden. Zij menen dat hoe meer scholing er plaatsvindt, hoe meer het oorspronkelijke, het spirituele naar de achtergrond verdrongen wordt. Voor het overige kunnen wij vaststellen, dat ondanks bepaalde tekortkomingen bezielende en aantrekkelijke diensten gehouden worden. De ontwikkeling van de broeders moet zeer beslist doorgezet worden, dat is een belangrijk aspect. Maar er zijn in onze kerk nog vele andere werkgebieden, zoals bijvoorbeeld de muziek. Er worden ernstige pogingen ondernomen om nog meer muzikale activiteiten binnen te halen. Er wordt met recht op gewezen dat muziek in deze tijd noch thuis noch op school bevorderd wordt, dat koren voor een deel in een slechte toestand verkeren. Vervolgens bestaat de noodzaak om historische zaken weg te werken, enz. enz. enz. Ik wil alleen maar duidelijk maken, dat het gevaar bestaat dat wij versnipperen in plaats van ons op een zaak te concentreren.

Bovendien zijn wij een internationale kerk. Dit bemoeilijkt het, een eensluidend concept in deze zaak op te stellen. In Noord-Amerika zijn er bijvoorbeeld religieuze gemeenschappen als het zand van de zee. Vanuit die situatie streeft de NAK ernaar zich duidelijk van de andere te onderscheiden. Daarom, geloof ik, richt men zich daar meer op het spirituele.

Wanneer houdt u uw volgende informatieavond en met welk thema?

Vermoedelijk in de herfst van 2007. Een deel van de avond zal gaan over kerkhistorische thema’s. Wij willen daar heel oprecht mee omgaan. Er zijn gedeeltelijke resultaten van de werkgroep ‘Kerkhistorie’ voorhanden, die laten zien dat veel dingen duidelijker uiteengezet kunnen worden en dat de geschiedenis niet altijd gemakkelijk was. Ik bedoel, dat wij ons niet kunnen verstoppen; dat willen we ook helemaal niet, maar we staan voor onze geschiedenis. Wat er verder nog bij komt, weet ik op dit moment nog niet. Aanwijzingen met betrekking tot de nieuwe Catechismus zouden denkbaar zijn. Maar dat is nog niet vastgesteld. Het zou een beetje eenzijdig zijn om alleen voor historische thema’s zo’n avond te beleggen.

(Copyright: Verlag Friedrich Bischoff GmbH, Frankfurt)

Categorie: NAKI nieuws, Publicaties