NAKI nieuws

„Plannen maken over de toekomst van de kerk”

01.12.2006

Photos: Verlag

Zürich. Plannen maken over de toekomst van de kerk is wat hij wil. Zo wordt Stamapostel Wilhelm Leber, internationale leider van de Nieuw-Apostolische Kerk in een interview in het nieuw-apostolische huisorgaan “Onze Familie” (december 2006) geciteerd. Meer uitspraken over de thema’s homoseksualiteit, Europese jeugddag en missie ronden het interview af. In het januari-nummer van 2007 verschijnt nog een deel.

Op deze plaats geven wij gedeelten van dit interview weer. Het volledige interview kan in het kerkelijk huisorgaan van de Nieuw-Apostolische Kerk “Onze Familie”, december-nummer 2006, worden nagelezen. Dit nummer is via het Verlag Friedrich Bischoff in Frankfurt te verkrijgen en kan ook door niet-leden worden besteld.

Het elders plaatsen van het interview is op grond van copyright-rechten niet toegestaan.

 

Gedeelten uit het interview met Stamapostel Wilhelm Leber

Thema: homoseksualiteit

In het tijdschrift „Onze Familie” nr. 10 werd een artikel gepubliceerd, waarin u vragen van Zuid-Afrikaanse jeugd heeft beantwoord, o.a. ook tot het thema „homoseksualiteit en homohuwelijken”. Uw verklaring heeft heftige reacties in de kring van homo- en transseksuele broeders en zusters losgemaakt. Waartegen is hun kritiek gericht?

Om te beginnen hebben homoseksuele geloofsbroeders en -zusters klaarblijkelijk aanstoot genomen aan mijn inleidende woorden. Ik had naar de goddelijke ordening verwezen en daarover gezegd, dat God man en vrouw geschapen heeft. Daardoor is de indruk ontstaan, dat homoseksualiteit iets onnatuurlijks zou zijn, iets, wat niet in de scheppingsgedachten van God zou passen, misschien zelfs ziekelijk zou zijn. Ik moet toegeven, dat het aanleiding geeft tot misverstanden. Ik wil duidelijk stellen: homoseksualiteit is volgens de huidige wetenschappelijke inzichten in de grond van de zaak een bijzondere aanleg, zoals b.v. bij een mens een onderscheid gemaakt kan worden of hij rechts- of linkshandig is; dat is ook verschillende aanleg. Zeer zeker heeft homoseksualiteit een andere draagwijdte, in principe lijkt het mij echter vergelijkbaar.

Dikwijls wordt ook de uitdrukking „gepraktiseerde homoseksualiteit” bekritiseerd. Bestaat er een streven om deze term te wijzigen?

Daarover wordt wel nagedacht, maar er is nog geen betere formulering gevonden. Dit begrip mag niet discriminerend zijn. Wanneer we zeggen „de kerk vindt praktiserende homoseksualiteit niet goed”, dan is het een erg algemeen gehouden zin, die niet door iedereen hetzelfde wordt begrepen. Ik zou het zo willen verklaren: wij maken voor niemand voorschriften, maar wij willen op gevaren wijzen. Wij zeggen niet, dat gepraktiseerde homoseksualiteit zonde is, zo’n uitspraak zou veel te ver gaan. Van mijn standpunt uit bezien, bestaat er zeker een verschil of iemand in een vaste homoseksuele relatie leeft - in de betekenis, dat deze in een menselijke relatie volgens ethische principes is vervat - of niet. Veel homoseksuelen wijzen erop, dat seksualiteit slechts een bestanddeel is in een relatie. Zij zouden net als heteroseksuelen ook gevoelens zoals genegenheid en liefde met een mens willen delen. Nogmaals: er bestaat zeker een verschil of iemand in een vaste homoseksuele relatie leeft of seksualiteit wordt bedreven op basis van promiscuïteit, in de zin van zuiver seksuele bevrediging met voortdurend wisselende partners.

De kerk zegt in haar standpunt over het thema seksueel gedrag, dat broeders en zusters die homoseksueel zijn geen onderwijs- resp. ambtsactiviteiten moeten uitoefenen. Hoe staat u tot dit aspect?

Bij de beantwoording van deze vraag mogen wij de maatschappelijke ontwikkeling niet buiten beschouwing laten. Het is nog helemaal niet zo lang geleden, dat homoseksualiteit over een breed front werd afgekeurd en in de samenleving niet geaccepteerd, ja bestraft werd. Heden ziet het er anders uit. In onze gemeenten willen wij de homoseksuele broeders en zusters in bescherming nemen en willen niet, dat er over hen discussies ontstaan. Daarom hebben wij als kerk aanbevolen, dat homoseksuele broeders en zusters geen ambts- resp. onderwijsactiviteiten moeten uitvoeren

Hoe staat de kerk tegenover huwelijken van homoseksuele paren. Zou een huwelijkszegen in de NAK mogelijk zijn?

Daar zijn wij nog ver van verwijderd, ook al wordt er momenteel dikwijls publiekelijk over dit thema gediscussieerd. Ik zou naar de Heilige Schrift willen verwijzen, die immers voor ons het fundament is. Hier zijn enkele verwijzingen die reden geven tot terughoudendheid. In 't bijzonder kunnen de uitspraken van Apostel Paulus genoemd worden, die ik ook al in het interview in Zuid-Afrika ter sprake heb gebracht. Zeer zeker moeten deze uitspraken in het licht van de maatschappelijke achtergrond in de oudheid gezien worden. Er is voorzichtigheid geboden, als deze in het heden overgezet moeten worden. Toch manen zulke tekstpassages tot terughoudendheid. Wij als Nieuw-Apostolische Kerk zouden niet het voortouw moeten nemen van een heel anders gerichte ontwikkeling. Daarom is het thans geen thema.

Zo nu en dan komt de vraag naar boven of homoseksuelen ook het geloofsdoel kunnen bereiken. Wat zegt u daarover?

Ik ben ervan overtuigd, dat in principe geen enkele homoseksueel van de mogelijkheid is uitgesloten, om het geloofsdoel te kunnen bereiken. Ik heb erop gewezen, als iemand met zijn homoseksuele aanleg in een vaste relatie bewust van zijn verantwoordelijkheid en serieus omgaat, dat dit anders gezien moet worden, dan vluchtige en voortdurend wisselende betrekkingen – hetzelfde geldt immers ook voor heteroseksuelen. Geheel los daarvan zijn wij allemaal op de genade Gods aangewezen. Wanneer dus iemand als homoseksueel serieus overeenkomstig zijn geloof leeft, dan ben ik ervan overtuigd, dat hij precies zo de waardigheid kan verkrijgen, als ieder ander ook. Deze zorg zou ik van onze homoseksuele broeders en zusters van deze plaats heel nadrukkelijk willen afnemen.

 

 

Thema: Europese jeugddag 2009

Is de Europese Jeugddag voor de jeugd alleen bedoeld als plezier, of wordt er ook een theologische boodschap aan verbonden?

Het één sluit het ander niet uit. Het is zeker juist, dat we verwachten dat er van deze gebeurtenis een impuls uitgaat; het moet niet alleen op korte termijn een hoogtepunt zijn. Dat zoiets gevolgen heeft voor de toekomst, kunnen we aan ervaringen van andere kerken zien, daarbij denk ik aan de katholieke jeugddag. Dit evenement zou positief op het kerkbezoek hebben gewerkt. Je kunt zo’n grote manifestatie niet geïsoleerd zien, maar je moet daarmee boodschappen verbinden, die uitwerkingen op de lange termijn hebben. Dat zal ook centraal staan in het verloop van het programma.

De jeugddag moet zogezegd dus een wegwijzer worden voor de jeugd, ze opnieuw motiveren, ontkerkelijking tegenwerken en er voor zorgen, dat de jeugd zich serieus genomen voelt?

De jeugd is een belangrijk bestandsdeel van onze kerk: de toekomst. We willen de jeugd behouden. Vandaag de dag zijn er door maatschappelijke ontwikkelingen veel zorgen en problemen. Met de Europese Jeugddag willen we de jeugd een signaal geven: wij zijn bereid ons met deze vraagstukken bezig te houden en we willen jullie helpen.

Dit enorme evenement kost ook wat. Hoe is dat te verantwoorden als de kerk aan de andere kant op het geld moet letten?

Dat is een thema waar door de groep die de jeugddag organiseert, erg op gelet wordt. De jeugddagen in de aposteldistricten zijn ook niet gratis. Als we alles bij elkaar nemen, ontstaat een begroting. Tot de Europese Jeugddag hebben we nog 2 jaar en deze tijd moet de jeugd gebruiken om hun financiële bijdrage voor deze dag bij elkaar te krijgen. We zullen ideeën aanbieden, wat je kunt doen om geld in te zamelen. Ik denk dat als je het op tijd aankondigt en je er een plan van aanpak aan verbindt, het door de jeugd wordt geaccepteerd.

 

Thema: samenvoegen van gemeenten

Een ander aspect heeft zijn uitwerking op het imago van de kerk. Er was een gebiedshervorming in Noordrijn-Westfalen, waar Districtsapostel Brinkman ondertussen heeft aangekondigd dat in de komende jaren gemeentes samengevoegd moeten worden. In Berlijn-Brandenburg is tevens een herstructurering in gang gezet en Districtsapostel Klingler heeft laten doorschemeren, dat in zijn aposteldistrict gemeentes opgegeven moeten worden. Over de hele lijn bestaat de indruk dat de NAK door deze krimp weer op een gezond niveau moet komen.

Dat zie ik toch anders, we moeten juist op de omstandigheden van de tijd reageren. We kunnen in Duitsland een teruggang van de bevolking bespeuren. In onze gemeentes is er daarnaast in zeker mate sprake van vergrijzing. Er zijn prognoses voor 2020 - regionaal begrenst – die uitwijzen dat als we zo doorgaan, we rekening moeten houden met een behoorlijke teruggang van het aantal leden. Je kunt niet aan zulke prognoses voorbijgaan. Daarnaast zijn er in de grote steden verschuivingen. Daar zijn veel wijken overbevolkt met burgers van buitenlandse afkomst die ook een andere religie hebben. Daar hebben we als christelijke geloofsgemeenschap geen enkele kans. Op die manier dunnen verschillende gemeentes uit.

Anderzijds willen we levendige gemeentes hebben met kinderen, jeugd en een kring van ambtsdragers die voldoet – en daar is een bepaald minimum aantal van gemeenteleden voor nodig. Anders kan men op den duur de levendigheid ook niet behouden. Daarom zit er voor ons niets anders op, gemeentes samen te voegen en met oog op de toekomst beslissingen te nemen. In sommige districten wordt dat strategisch gedaan, in andere wat onopvallender. Maar de gang van zaken is overal gelijk. Ik denk dat het beter is als we één krachtige gemeente dan twee wegkwijnende. Natuurlijk moet elk geval op zich benaderd worden. Afstanden en infrastructuur spelen ook een rol, net als de toekomst van de gemeente en de leeftijdsopbouw. Maar we kunnen ons niet aan deze trend ontrukken.

Er worden ook kerken gesloten die een rijke traditie hebben, zoals Berlin-Charlottenburg of Dortmund-Nord. Verliest de kerk daar niet iets van haar imago, omdat die kerken er al tientallen jaren stonden en nu opeens niet meer?

Zeker, het doet zeer, dat geef ik toe en ik begrijp het ook. Maar we moeten ook in ogenschouw nemen hoe de omgeving waarin de gemeente staat er in de toekomst uit zal zien. Ik ken Dortmund-Nord behoorlijk goed en ik weet dat de gemeente in een wijk staat, waar veel burgers met een buitenlandse afkomst wonen. Daar is dus geen mogelijkheid meer, een substantiële gemeente in stand te houden. Daarbij komt dat de broeders en zuster vandaag de dag geschikte ruimtes verlangen. Het kerkelijke leven heeft mogelijkheden nodig om tot zijn recht te komen. Dat kost geld. En telkens als er grote investeringen voor de deur staan, vraag je je af hoe de toekomst van de gemeente eruit ziet. Kunnen we investeringen nog verantwoorden als er in de komende 5 jaren een drastische vermindering van het aantal leden te verwachten is? Dat moet met het financiële vraagstuk in overeenstemming gebracht worden. En dan rest geen andere keuze, een kerk te sluiten, onafhankelijk daarvan of het een traditionele kerk is of niet.

 

Thema: Missie

Dan komen we bij een ander punt, dat ook met de financiële situatie van de kerk te doen heeft. Hoe lang kan de NAK het nog opbrengen, denkt u, middels Europa en Noord-Amerika de missiearbeid in Afrika in gang te houden en te financieren?

Dat is ook een vraag die er toe doet. We hebben vastgesteld, dat enkele aposteldistricten grote gebieden moeten financieren zodat financieel een onevenwichtige situatie ontstaat. Al langer wordt er hard aan gewerkt om deze situatie te veranderen. Ik ken de toestand in Afrika, daar zijn mooie ontwikkelingen. In sommige gebieden stijgen de offeropbrengsten en als deze tendens aanhoudt, zijn verschillende gebieden in afzienbare tijd financieel onafhankelijk.

En de verzorgende aposteldistricten kunnen dan de kosten voor de missiearbeid terugdringen of zelfs helemaal terugtrekken?

Dat is een trend die zich steeds meer zal doorzetten. Als de gebieden zichzelf kunnen verzorgen, kunnen de broeders uit Duitsland en Noord-Amerika zich terugtrekken. In grote lijnen is dat in Afrika al aan de orde. Tegenwoordig reizen broeders er nog vaak heen, om seminars en scholing te geven. Al het andere ligt in de handen van de inheemse ambtsdragers.

 

(Copyright: Verlag Friedrich Bischoff GmbH, Frankfurt)

Categorie: NAKI nieuws, Publicaties