Woord van de maand

De dank op de eerste plaats!

Oktober 2005

Bij het begin van dit jaar heb ik mij vast voorgenomen om de dank in het middelpunt van mijn geloofsleven te plaatsen. Is het niet zo, dat de dank hier en daar een beetje tekort komt? We leven in een tijd die ons helemaal opeist, een tijd, die geheel en al vervuld is van alle mogelijke dingen. Dan moet de dank "het loodje leggen". Desondanks willen wij toch dankbare kinderen van God zijn. Onze Stamapostel Fehr heeft enkele keren de vraag gesteld: "Heeft God nog dank van ons tegoed?" Als dat het geval is, dan moeten wij onszelf opnieuw een impuls van dankbaarheid tegenover God geven. Die moet dan niet weggestopt worden, maar juist naar voren geschoven worden.

Moge dat ons denken en handelen bepalen: de dank op de eerste plaats zetten!

In het oude Testament las ik een mooie geschiedenis, die niet erg bekend is, maar ons veel te zeggen heeft. Gods volk werd weer eens bestreden door vijanden van buitenaf. De Ammonieten, de Moabieten en hun bondgenoten bedreigden de joden. In die tijd regeerde koning Josafat in Jeruzalem, die er moeite voor deed om aan Gods wil te doen. Deze koning ontwikkelde een merkwaardige oorlogsstrategie: hij wees zangers aan, die, gekleed in heilige gewaden lofliederen voor de Heer zongen en vóór de bewapende legermacht uitliepen en spraken: "Loof de Heer, eeuwig duurt Zijn trouw." De zangers moesten dus vóór de strijd lof- en dankliederen zingen. De Heer zorgde voor een hinderlaag en uiteindelijk bestreden de vijanden van de joden elkaar zelf. Niet de krijgskunst van Juda was van doorslaggevende betekenis, maar het koor dat met loven en danken voor het leger uit marcheerde (vgl. 2 Kronieken 20).

Er ligt een bijzonder inzicht in deze geschiedenis opgesloten: wij moeten de dank voorop stellen, niet achteraan. In de eerste plaats, bij al onze plannen - bij alles wat we doen. Dat betekent, dat we eerst dankbaar zullen zijn. Wij wachten niet eerst af hoe alles zich ontwikkelt om dan misschien achteraf - als het goed uitpakt - dankbaarheid te tonen. Dat is wat menselijkerwijs gesproken te verwachten zou zijn. Maar Gods kinderen, die de waarde van Gods zegeningen kennen en hun vertrouwen op de Heer stellen, stellen de dank op de eerste plaats. Zou de lieve God het vandaag niet net zo kunnen doen als destijds bij koning Josafat? Wanneer men begint met loven en danken, dan zal de Heer voor de nodige hulp zorgen. Hoe die hulp er ook uitziet: de Heer schept een mogelijkheid dat wij geholpen worden, zodat alles wat de doortocht belemmert, moet wijken.

Maar loven en danken heeft ook nog andere gevolgen dan alleen de hulp van God. Het veroorzaakt een bijzondere verhouding tot de Heer, opent de deur ten zegen en geeft bovendien een blij gevoel in de ziel.

Het loven en danken moeten we ook een beetje meer naar buiten uit laten blijken. Kunnen wij ons voorstellen dat we Hem altijd alleen maar in het verborgene, in de binnenkamer, met gesloten jaloezieën zouden loven? Er staat in de Heilige Schrift, dat de jongeren van Jezus God met vreugde en met luide stemmen loofden over alle daden van de Heer (zie Lukas 19:37). Dat wil niet zeggen dat wij op de markt moeten gaan staan en in alle openbaarheid over ons geloof moeten gaan staan praten. Nee, maar we hebben toch gelegenheden genoeg om in de kring waarin we ons bevinden, eens Gods lof te uiten? Wanneer we heel bewust met dergelijke gedachten in onze ziel bezig zijn, blijken daar altijd wel mogelijkheden voor te zijn. Laten we dat van harte doen en bovenal de dank op de eerste plaats stellen.

(Uit een dienst van Stamapostel Leber)

 

Woord van de maand

Taal

(Juli 2019) De taal zegt veel over iemand. De manier waarop hij praat, de woorden die hij gebruikt, de manier... [meer...]