Woord van de maand

Dank de Heer!

Augustus 2005

Het betaamt ons om God, onze hemelse Vader, telkens weer te danken, want "Uit zijn overvloed zijn wij allen met goedheid overstelpt". In Psalm 107 staat: "Loof de Heer, want hij is goed, eeuwig duurt zijn trouw." Waarvoor willen wij hem dan wel danken?

In de eerste plaats omdat hij ons ooit voor alle eeuwigheid heeft uitverkoren. Dat is en blijft een geheim, maar toch een goddelijk feit.

God wil dat alle mensen worden gered en de waarheid leren kennen. Hij heeft zich een volk verworven dat alle volken tot zegen zijn zal, opdat het evangelie nu hier op aarde en in de rijken der ontslapenen kan worden verkondigd, en na de wederkomst van Christus ook in het Vrederijk. Dat is het wonder van de uitverkiezing! Wij hebben die vastgemaakt en zijn Gods kinderen geworden.

Daarom hebben wij reden om ervoor te danken dat we godskinderen zijn. Dat is het mooiste geschenk dat een mens maar kan krijgen! Van mensenkinderen godskinderen te worden en daardoor erfgenamen van de eeuwige heerlijkheid; groter genade kan ons niet ten deel vallen. Laat ons danken voor de trekkende liefde van God die ons in zijn huis heeft gebracht en ons naar het doel van ons geloof wil leiden. Laat ons danken voor het woord dat door de Geest wordt verwekt, voor de vergeving van alle schuld en zonde, voor de innige gemeenschap met Jezus Christus in het Heilig Avondmaal. Slechts het aannemen van het woord, het aanvaarden van de genade uit het offer van Christus, maken vrij en leiden tot volkomen verlossing.

Voorts komt het eropaan dat we danken voor de dienst der engelen, die ons bewaart voor schade en onrecht; danken voor troost bij leed en verdriet, voor de vrede van de Opgestane in een tijd waarin er geen vrede is, voor de zegen en omdat wij het geloof mochten behouden.

Laten we ook dankbaar zijn dat Gods belofte: "Zolang de aarde bestaat, zal er een tijd zijn om te zaaien en een tijd om te oogsten, zal er koude zijn en hitte, zomer en winter, dag en nacht (vgl. Genesis 8:20-22)" nog altijd van kracht is en het mogelijk maakt dat wij op aarde kunnen leven.

Zelfs als er veel moet worden doorleefd wat niet prettig voor ons is - lichamelijk lijden of zielenpijn, onrecht, zorgen om het dagelijks brood, aanvechting, beproevingen - , zullen we toch moeten danken: voor de afgebeden kracht om te dragen wat ons is opgelegd en dat we de verleiding konden weerstaan.

"Dank God, die uw vader is, altijd voor alles", bracht Apostel Paulus in de brief aan de Efeziërs in herinnering (Efieziërs 5:20). Laten wij zijn raad opvolgen, want Gods goedheid rust eeuwig op degenen die Hem liefhebben en Zijn wil doen. Zij zullen het loon van de trouw ontvangen en voor eeuwig de levenskroon dragen.

(uit een dienst van Stamapostel Fehr)