Woord van de maand

Welk een rijkdom!

Juni 2004

Apostel Paulus heeft in zijn brief aan de Romeinen de tweevoudige dimensie van de goddelijke rijkdom beschreven: "O welk een diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods." (vgl. Romeinen 11:33).

Waar komt deze wijsheid van de ziel vandaan? Heel eenvoudig, maar onomstotelijk: uit de godsvreze! En de godsvreze ontwikkelt zich doordat de Heilige Geest in ons kan werken en bewerkstelligen dat de liefde van God in ons regeert, ons stuurt en leidt. Zo is het een goddelijke wijsheid om onze hemelse Vader met ons hele hart, onze hele ziel, ons hele gevoel en met al onze krachten lief te hebben en onze naaste als onszelf. Wie daarnaar leeft, vervult tegelijk het hoogste en grootste gebod. De Zoon van God zei, dat daaraan alle geboden en de hele wet en alle woorden van de profeten hangen.

De genadetijd, waarin wij leven, uitkopen om aan het doel van de belofte te komen, dat is wijsheid. Offeren brengt zegen. Wie dat weet en er naar handelt, leeft in de goddelijke wijsheid. Navolgen tot het einde, tot de dag komt dat wij in de eeuwige heerlijkheid ingaan, dat is eveneens wijsheid. De gaven en genade die door Jezus Christus in het apostelambt zijn neergelegd te erkennen en aan te nemen, dat is eveneens wijsheid. Daarin ligt de diepte van de goddelijke rijkdom.

Daarbij hoort ook dat wij Gods bedoeling begrijpen. Dit groeit door het geloof. Waar geen geloof is, kan ook geen waarachtig inzicht zijn! Terwijl het geloof, zoals Apostel Paulus duidelijk maakte, uit de prediking komt, betekenen de diensten veel voor ons, zijn ze waardevol voor ons (vgl. Romeinen 10:17). Ons geloof mag geen theorie zijn, maar iets dat wij in de praktijk van ons geloofsleven omzetten om daaruit kracht, vreugde, zegen en de voorwaarden tot rijping te halen.

Als wij dit goddelijke goed aangrijpen en liefde voor het werk van de Heer hebben, ervaren wij de diepte van de rijkdom. Daarbij verbleken alle wereldse schatten en goederen. Denken wij aan de vermaning van Jezus: "Vergadert u schatten in de hemel, waar noch motten noch roest ze eten en waar de dieven niet graven noch stelen." (Mattheüs 6:20). Laten wij daarom trachten naar de ware rijkdom, laten wij het kindschap Gods hooghouden. Dan zal de erfenis in de hemel ons deel worden, dat Apostel Petrus uitdrukte als onvergankelijk, onbevlekt en onverwelkelijk. (vgl. 1 Petrus 1:4).

(Uit een dienst van de Stamapostel)

 

Woord van de maand

Christus maakt vrij!

(Januari 2020) Geliefde broeders en zusters, Hopelijk kunt u terugkijken op een goed jaar! Het is mijn wens dat u... [meer...]