Woord van de maand

Nu nog stuksgewijs

Juli 2003

Zolang wij nog op aarde zijn, zullen we nooit honderd procent inzicht hebben in Gods werken en bestieren. Daarom schreef Apostel Paulus ook aan de Korinthiërs: "Nu ken ik stuksgewijze." Maar hij voegde er met betrekking tot de dag van Christus' wederkomst aan toe: "maar dan zal ik kennen, gelijk ook ik gekend ben." (vgl. 1 Kor. 13:12).

De Heilige Geest heeft ons al veel geopenbaard: Gods liefde en almacht, de betekenis van het offer van Jezus tot redding en verlossing van zondaren, onze roeping en uitverkiezing voor de eeuwige heerlijkheid. Laat ons van harte dankbaar zijn voor het inzicht dat we mogen hebben!

Ook al kunnen we nu veel dingen nog maar voor een deel bevatten, we mogen er toch zeker van zijn dat de Heer ons kent. Hij ziet alles, wij zijn voor Hem een open boek. Wij kunnen voor Hem niets verbergen; het zou zelfs dwaas zijn om voor Zijn goddelijke Majesteit iets te willen verdoezelen. Aan de ene kant is dat een vermaning voor ons, aan de andere kant echter ook aanleiding tot grote vreugde en troost.

Hij ziet ons geloof en onze geloofsstrijd, onze liefde voor Zijn werk en onze bereidheid om te offeren. Hij ziet ook onze hoop, ons vertrouwen en onze trouw, onze gezindheid. Hij ziet het als we ons menigmaal vergissen, wanneer we voor de honderdste keer dezelfde fout maken en ons dan over onze zwakheid ergeren. Hij ziet ons berouw en vergeeft ons voor de honderdste keer zonde en schuld. De Heer kent ook alle zorg en nood; dat moet een grote troost voor ons zijn, want Hij wil altijd voorthelpen. Het doel van de goddelijke arbeid is ons allen te voleindigen.

Als Jezus Christus wederkomt zullen we dat in zijn volle omvang mogen erkennen. Op de dag van Gods Zoon zien wij Gods plan en leiding in een hoger licht en stellen we vast dat beproevingen en de dingen die werden toegelaten, alles wat wij moesten doorleven, ons ten beste dienden. Als we de samenhang van Gods handelen zien, zullen we met verwondering inzien dat Zijn bestier een diepere zin had!

Het zou ons droevig kunnen stemmen dat ons inzicht nu nog maar stuksgewijs kan zijn. Het is voor ons echter nog niet mogelijk om hemelse dingen geheel te kunnen omvatten, omdat ons menselijke denken begrensd is. Nochtans mogen wij de hemelse Vader vragen: "Schenk ons toch meer inzicht en overzicht." Maar we moeten ons wel tevreden kunnen stellen met dat, wat Hij ons in Zijn liefde openbaart. Ook daarmee kan men al gelukkig en zalig zijn. Laten we het stuksgewijs verkregen inzicht tot aan de volkomenheid overbruggen met geloof en vertrouwen. Dan kunnen we in getrouwheid wachten op de dag des Heren, waarop we ons verheugen en voorbereiden, en waarop we geen vragen meer zullen hebben.

(Uit een dienst van de Stamapostel)