Woord van de maand

Beloften

Mei 2003

In het boek van de beloften, de Heilige Schrift, staan wonderbaarlijke dingen opgetekend. De grootste belofte is en blijft de toezegging van Jezus om weder te komen en de Zijnen tot zich te nemen in de heerlijkheid. De Heer beloofde ook een Trooster, de Heilige Geest, te zenden en tot aan 's werelds einde alle dagen bij de Zijnen te zijn.

Apostel Petrus bekrachtigde in zijn tweede brief dat ons door de kracht van God "de dierbare en allergrootste beloften geschonken zijn." Door de kracht in woord en genade, door de kracht van de gemeenschap in het avondmaal, die we telkens weer mogen ervaren, zullen de beloften leven, opdat ieder kind van God - zo zegt de Apostel verder - door deze ook "der goddelijke natuur deelachtig" zou worden (vgl. 2 Petrus 1:4).

De woorden van Jezus uit de bergrede: "Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt aan, en u zal opengedaan worden" (vgl. Mattheüs 7:7) zijn een goddelijke belofte waarvan wij in onze gebeden een veelvuldig gebruik kunnen maken. Van beslissende betekenis is wat wij zoeken: namelijk de wil van God, Zijn hulp en genade. Als we bij Hem aankloppen, mogen we alles aan Hem voorleggen wat in ons hart leeft. Hij zal ons datgene doen toekomen wat tot rijpwording en waardigheid van onze ziel noodzakelijk is. Kunnen we nog iets groters van de almacht en liefde van God verwachten dan dat Hij ons in Zijn heerlijkheid brengt?

Als we horen dat Christus verschijnen zal om Zijn werk te voleindigen, brengt dat grote vreugde bij ons teweeg. Op de dag des Heren komt het geloof tot aanschouwen; ook dat is een gebeurtenis die beloofd is.

In het boek van de beloften staan meerdere verwijzingen naar goddelijke wetmatigheden, die wij ter harte dienen te nemen. Door het brengen van offers bewerkstelligt men zegen, de ootmoedigen geeft God genade, navolging leidt tot het doel en wie rein van hart is, zal God zien.

Als alle heerlijke beloften in ons leven, wordt vervuld wat Apostel Petrus schrijft: we worden de goddelijke natuur deelachtig. Deze moet in ons groeien, want als Jezus wederkomt moeten we qua aard aan Hem verwant zijn geworden.

Wat heeft de goddelijke natuur te beduiden? Bovenal licht en leven, waarheid en klaarheid, vreugde en vrede, zegen, troost en bewaring. Dat vloeit ons allemaal toe wanneer wij het woord en de genade, de heilsgoederen van de kerk van Christus, aangrijpen en ernaar handelen. Laten we openbaar komen in de goddelijke natuur doordat we onze naaste liefhebben, doordat we vergeven zoals ook wij vergeving ontvangen, doordat we genade schenken omdat we zelf zoveel genade hebben ontvangen. Laten we onze zielen tooien met de gaven des hemels, doordat we niet alleen zien wat voor ogen is, maar met een vast geloof ver in de toekomst blikken indachtig aan de beloften waarvan de vervulling ons de eeuwige gemeenschap met God en Zijn Zoon brengt.

(Uit een dienst van de Stamapostel)

 

Woord van de maand

Een splinter

(Februari 2019) Het schijnt de mens eigen te zijn ruimhartiger over zichzelf  te denken dan over anderen. Bij... [meer...]