Woord van de maand

Maar gij zijt rijk

Oktober 2002

"Ik weet uwe droefenis en uwe armoede - maar gij zijt rijk." (vgl. Openbaring 2:9). Op het eerste gezicht lijkt het alsof dit woord uit de Openbaringen zichzelf tegenspreekt. Hoezo is iemand rijk die in droefenis en armoede leeft? Maar als we die uitspraak vanuit het oogpunt van de "goddelijke logica" bekijken, dan wordt ineens duidelijk wat er bedoeld wordt.

Op onze levensweg, en ook op onze geloofsweg komen we meer dan eens in nood: problemen en zorgen - soms zijn we daar ook zelf oorzaak van -, maar ook kwellende vragen waarop we tot nu toe geen antwoord kregen. Soms is ons lichaam jarenlang ziek of zijn we in leed gedompeld omdat een naaste familielid is heengegaan. Erger nog zijn zielenpijnen zoals aanvechtingen, het verstrikt geraakt zijn in zonden of de pijn die veroorzaakt wordt als een van onze lieven zich afkeert van Gods werk. Is het in al deze situaties niet troostvol te weten dat de Heer onze zorgen kent?

Al is het dat wij veel moeten meemaken wat ons niet bevalt en wat we niet begrijpen, nog steeds geldt het oude profetenwoord: "Want Ik weet welke gedachten Ik over u heb, spreekt de Heer, namelijk gedachten van vrede en niet van leed, om u te geven het einde dat ge verwacht." (Jeremia 29:11). Aan het einde van onze aardse lijdensweg wacht de eeuwige heerlijkheid bij de Heer. Hoe rijk zijn we, dat we dat mogen geloven!

In de bergrede verkondigde Gods Zoon: "Zalig zijn de geestelijk armen, want hunner is het Koninkrijk." (Mattheüs 5:3). Wie vol deemoed erkent dat hij geestelijk arm is, dat het hem in zijn onvolkomenheid aan goddelijke deugden ontbreekt, die is bereid en in staat Gods genadegaven aan te nemen. Die is ontvankelijk voor hemelse substantie die hem tot heil dient. Op die manier kan hij zalig worden en de hoogste gelukzaligheid van de ziel verkrijgen: voor hem is het hemelrijk. Bestaat er een grotere rijkdom?

Maar ook hier op aarde zijn we al rijk: door woord en genade. "Uw woord maakt mij verstandig" en "Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn weg" lezen we in het boek van de Psalmen. (vgl. Psalm 119:104-105). Het woord van God aan te kunnen nemen, het te bezitten, betekent rijkdom. De genade verlost ons en maakt vrij van de aanspraak van de boze, maakt onafhankelijk van alle geesten. Door het ontvangen van de sacramenten verkrijgen wij volkomen genezing. Zijn we ons altijd van deze rijkdom bewust?

Laten we niet vergeten dat we kind van God mogen zijn. In Zijn liefde en barmhartigheid heeft God ons vanaf het eerste begin van de wereld uitverkoren om Zijn kinderen te worden en ons tot erfgenamen van Zijn heerlijkheid verheven. Welk nut hebben titels, rangen en eerbewijzen, als we het kindschap van God zouden verliezen?

Daarom willen we al onze krachten inzetten, ons geloof, onze ijver, onze vreugde, onze verzoeningsbereidheid, om bij Zijn verschijnen waardig voor Hem te kunnen staan. Hoe vaak heeft God redenen gehad om Zich van ons af te wenden, echter Hij verleent ons in Zijn liefde en trouw altijd weer genade en maakt ons daardoor rijk.

God de Vader, die de bron van al het licht is, schenkt ons een overvloed van goddelijk licht in Zijn Zoon Jezus Christus, die het licht van de wereld is. Hij heeft beloofd terug te komen om de Zijnen bij Zich, in de eeuwige heerlijkheid te halen. Door het ontvangen van de Heilige Geest een drager van deze belofte te zijn en haar te geloven en in het hart levend te houden - dat is ware rijkdom. Laten we oppassen dat deze rijkdom ons niet ontroofd wordt, laten we waakzaam blijven en de Heer verbeiden: Hij zal Zijn belofte zeer spoedig vervullen.

(Uit een dienst van de Stamapostel)

 

Woord van de maand

Christus maakt vrij!

(Januari 2020) Geliefde broeders en zusters, Hopelijk kunt u terugkijken op een goed jaar! Het is mijn wens dat u... [meer...]