Woord van de maand

Heer over doden en levenden

Maart 2001

Wanneer Apostel Paulus in zijn brief aan de Romeinen vaststelt dat Christus is gestorven, "opdat Hij over doden en levenden Heer zij." (vgl. Romeinen 14:9), dan omschrijft de gezant van Jezus daarmee de volmacht die de Zoon van God met Zijn overwinning over hel en dood verkregen had. Na het offer aan het kruis, de opstanding en de glorierijke hemelvaart is Jezus Christus Heer aller heren en Koning aller koningen geworden.

Hij heeft echter ook verordeningen gegeven die voor Zijn werk gelden: het woord van het altaar gelovig aannemen en nakomen, God boven alles en de naaste als zichzelf liefhebben, Zijn gezanten aannemen, zich ervoor in te spannen de aangeboden genade waardig te zijn, te vergeven en vergevingsgezind zijn, in de eerste liefde blijven - om de meest belangrijke te noemen.

Degenen die van plan zijn om naar Zijn geboden te wandelen en hun zonden te berouwen, die worden door Hem de schulden vergeven. Wie hongerig naar het woord Gods tot Hem komt, ontvangt zielenspijs en water des levens. Bovendien geeft Hij nieuwe klederen, klederen des heils door de sacramenten.

De Zoon van God nodigt ook gasten uit om ze te bedienen. Als Heer over de doden richt Hij zelf deze uitnodiging aan deze zielen die hun aardse kleed hebben afgelegd en zich in de gebieden aan gene zijde bevinden, waarin vaak geen hoop, geen geloof en geen liefde aanwezig is. Voor deze zielen bestaat er in gelijke mate de mogelijkheid om woord en genade aan te grijpen en om vergeving van de zonden te krijgen, met spijs en drank verzorgd te worden en met de klederen des heils uitgerust te worden. Maar ook voor hen geldt de voorwaarde: zich op te maken en aan het altaar van de Heer te komen; alleen daar zegent de Heer. De kinderen Gods hebben daarnaast de taak door innige voorbeden uit te nodigen en de wegen te banen doordat zij licht, warmte en liefde verspreiden. Dat is de taak die de Heer de Zijnen heeft opgelegd.

En er is iets nog iets groots wat de Heer zal volbrengen! Wie Zijn aanbiedingen aanneemt, woord en genade gelovig aangrijpt, vergeeft en vergevingsgezind is en de geboden opvolgt, die zal niet langer een gast en vreemdeling blijven. Door het afdragen van de water- en geestesdoop verheft de Heer hen in de stand van Gods huisgenoten (vgl. Efeze 2:19). Hij wordt toegevoegd aan de schaar van de wedergeborenen en kan met hen op het ogenblik wachten waarop Christus, de Heer over doden en levenden, komt en de Zijnen tot zich zal nemen.

Met hartelijke groeten,<br/> Uw

Richard Fehr

 

Woord van de maand

Een zaak van bewogenheid

(September 2019) Wie een gebed uitspreekt, wil iets in beweging brengen. Wanneer we God in ons gebed deelgenoot... [meer...]