Woord van de maand

Met anderen delen

December 2016

Voordat het volk van Israël het beloofde land introk, gaf God hun een aanwijzing hoe het zijn dankbaarheid zou moeten uitdrukken: ze moesten delen. Uit dankbaarheid tegenover Hem moesten ze de armen en de vreemdelingen iets geven. God gaf hun het gebod: "Ga bij het binnenhalen van de oogst niet tot aan de rand van de akker en raap wat blijft liggen niet bijeen, maar laat het liggen voor de armen en de vreemdelingen."

Deze gedachten vindt men ook in het evangelie; de apostelen hebben het opgepakt en uitgevoerd. Omdat men van God zelf iets heeft ontvangen, deelt men het met de armen en de vreemdelingen.

Het delen is een vast bestanddeel van het christelijke geloof en past zeer goed in onze tijd. Daarmee zetten wij, christenen, het tegenovergestelde neer tot het alomtegenwoordige motto van winstbejag: men moet bij alles er zoveel mogelijk voor zichzelf uithalen - zo veel geld, zo veel tijd, zo veel voordeel, zoveel winst, zoveel aanzien en prestige als haalbaar is. Dit is zo typisch voor onze samenleving van vandaag. Iedereen wil het maximale voor zichzelf. Dit geldt voor het individu, voor de maatschappij, voor de economie, voor het land enzovoort. En men vergeet daarbij de naasten, de armen, de vreemdelingen.

We zijn ons ervan bewust: wat we hebben, komt van God. En God verwacht van ons, dat we niet alleen Hem Zijn deel geven, maar dat we ook voor onze naaste nog iets over hebben - voor diegene die het nodig heeft. Omdat we zoveel van Hem hebben ontvangen, zegt God: "Ik zou graag willen dat je dat, wat ik je geef, ook met anderen deelt: tijd, energie, geld, gaven. Bekommer je toch een keer om de armen, om je naasten, om die, die iets nodig hebben."

Dat is christelijk geloof in praktijk gebracht.

Impuls uit een dienst van de stamapostel