Woord van de maand

Een kleine bijdrage

Oktober 2014

Oogst is altijd iets moois: er is iets opgekomen, heeft vrucht gedragen en kan nu worden genoten of verwerkt tot een edele drank, een lekker brood, een kostelijk gerecht. Sommige vruchten vereisen veel zorg en geduld, moeten met veel inspanning worden omgeven tot zij kunnen worden geoogst. Andere groeien zonder menselijk toedoen en zonder zorg en kunnen gewoon van bomen en struiken worden geplukt. Achter alles staat echter de zegen Gods, die de Almachtige in de zichtbare schepping heeft neergelegd en tot op de dag van vandaag niets aan kracht heeft ingeboet.

En hoe is het met de onzichtbare schepping? Ook daar vinden wij de wet van zaaiing, rijping en oogst.

God heeft Zijn kerk op aarde opgericht. Hij heeft het verlossingswerk geschapen en alle voorwaarden daarvoor gegeven dat het de door Hem gewilde ontwikkeling eraan kan ontlenen.

Hij heeft Zijn Zoon mens laten worden, heeft door het offer van Zijn Zoon de basis voor verlossing gelegd. Hij heeft Zijn kerk het apostelambt gegeven en de sacramenten, die het heil voor de mensen toegankelijk maakt. Alles ging en gaat van Hem uit.

Nu zouden wij ernaast kunnen gaan zitten en zeggen: “Mooi, hoe de lieve God dat heeft gemaakt! Nu hoeven wij alleen nog te wachten tot alles rijp voor de oogst is.”

Natuurlijk bidden wij er ook voor en gaan naar de dienst, maar is dat werkelijk genoeg? Is het daarmee afgedaan, dat ik na de dienst kan zeggen: “Dat was een mooie prediking en het koor heeft vandaag weer zo mooi gezongen…?” Ik denk het niet.

Het gaat er uiteindelijk toch om, dat ik – om bij het beeld te blijven – de benodigde rijpheid bezit, als er wordt geoogst. De rijping gaat echter niet vanzelf. Daarvoor moet ik zelf iets doen. Ik moet aan mijzelf werken, dat de nieuwe creatuur in mij groeit, dat het wezen van Christus in mij gestalte krijgt, dat zich dat alles in mij kan ontwikkelen wat God mij aan goede gaven geeft. Dat is mijn bijdrage. Weliswaar een kleine, afgemeten aan dat, wat God doet, maar een niet te onderschatten bijdrage.

De “oude Adam” kan het rijk Gods niet binnentrekken. Dat is onmogelijk. Daarom moet ik aan mijzelf werken.

Een groot deel van de arbeid bestaat uit de vervulling van de gelofte, die wij de Heer bij onze confirmatie hebben gegeven: Ik verzaak de duivel in al zijn werk en wezen. Niet omdat wij bang voor straf zouden zijn. Maar omdat er in het rijk Gods geen plaats voor zonde is, omdat zonde het waardig worden verhinderd. Omdat het werk van de duivel als onkruid het goede, wat rijp moet worden dreigt te overwoekeren.

Zoals ieder van ons persoonlijk zijn verantwoording draagt voor zijn rijping en waardigheid, zo worden wij ook als gemeenschap gevraagd onze bijdrage aan de oogst te leveren.

Onze opgave als gemeenschap, als gemeente, is onze broeder te troosten, onze zuster bij te staan. Hen te helpen. Voor hen te bidden en hen een handje te helpen bij hun streven waardig te worden. Ondanks aanvechtingen en leed trouw te blijven, ondanks teleurstellingen de moed en de hoop niet te verliezen. Wanneer het tegen de oogst loopt, dan werkt iedereen mee. Dan zit niemand zonder werk. En als dan nog onze hemelse Vader op deze kleine bijdragen van onze kant Zijn zegen legt, dan kan een kostelijke oogst worden binnengehaald.

(uit een dienst van de stamapostel)

Woord van de maand

De ware rijkdom

(April 2019) Met grote kracht, aldus meldt Lucas in Handelingen, getuigden de apostelen van de opstanding van de... [meer...]