Woord van de maand

Met de Heer het evangelie verkondigen

Augustus 2014

In het evangelie van Johannes heb ik een verbazingwekkend woord gevonden. Apostel Thomas zegt: “Laten ook wij maar gaan, om met hem te sterven” (Johannes 11:16). Het woord is niet echt bemoedigend, het biedt geen verheugende perspectieven en toch behoort het tot de mooie woorden in de evangeliën. Want het heeft betrekking op een bijzondere levensfase van onze Heer Jezus.

Toen Jezus kort voor Zijn lijden naar Bethanië werd geroepen, de plaats waar Maria, Marta en Lazarus leefden, kreeg hij het bericht dat Zijn vriend Lazarus ziek was: „Heer, zie, degene die u liefheeft, is ziek.“ Toen sprak Jezus tot de jongeren: ”Laat ons weer naar Judea gaan.” De jongeren zeiden echter: “Meester, nog even wilden de Joden je stenigen, en nu wil je weer daarnaartoe?”. Meerdere malen hebben de Joden geprobeerd om Jezus te stenigen. Nu begrepen de jongeren er niets meer van.

Jezus wilde naar Judea terug, hoewel het gevaarlijk was, maar hij wilde ook naar Lazarus hoewel hij al was gestorven, dat had toch geen nut meer. Thomas sprak toen: “Laat ons met Hem gaan zodat wij met Hem sterven.” Thomas heeft de jongeren met deze woorden bemoedigd om de Heer tot in de dood te volgen.

Wij willen de Heer niet alleen laten gaan, wij willen met Hem gaan om het evangelie te verkondigen. Jezus bevond zich in een bijzondere situatie, evenals de jongeren. Hij had een boodschap te verkondigen, en niemand wilde deze horen. Het was zelfs gevaarlijk om het evangelie te verkondigen. De boodschap van het evangelie moet worden doorgegeven. God wil dat de mensen deze boodschap horen.

Vandaag de dag kan het evangelie niet overal op algemene instemming rekenen. We kunnen niet met stenen worden bekogeld, maar we kunnen rekenen op stevige weerstand. Men wil ons duidelijk maken dat het evangelie niet meer van deze tijd is. Het is niet meer passend voor deze tijd dat men gelooft dat Jezus weer terug zal komen. Het is niet meer van deze tijd om te zeggen dat wij vergeving van zonden nodig hebben. Het is niet meer passend om te zeggen dat er levende apostelen zijn.

Aan deze boodschap nemen velen aanstoot. Maar de wereld heeft deze boodschap nodig. Ook wanneer er maar enkele mensen zijn die het willen horen, toch moet deze boodschap verder verkondigd worden, verder gepreekt worden en daarvoor heeft de Heer ons nodig. Laat ons met de Heer gaan om het evangelie te verkondigen. De jongeren waren daarvoor bereid, zij wisten welk een risico daarmee was verbonden. Want als de Heer gevangen zou worden genomen, dan zou dat zeker voor hen narigheid betekenen.

Men kan zeggen: wij zijn christenen, wij zijn nieuw-apostolisch, we zeggen het echter tegen niemand zodat wij onze rust hebben en omdat de mensen dat zo-wie-zo niet willen horen. Nee, wij willen niet in het verborgene blijven. Wij willen ons geloof belijden en zeggen dat wij christenen zijn, dat wij geloven in Jezus Christus. Voor ons is het evangelie een goddelijke waarheid, wij geloven in de wederkomst van Christus, wij geloven in de zending van apostelen. Laten wij met Jezus gaan om het evangelie te verkondigen, laten wij ons geloof belijden.

Dat is datgene wat Thomas heeft onderkend en waartoe hij aanspoort. Laten wij met Jezus gaan, ook wanneer er risico’s aan kleven. Ook wanneer wij daardoor onaangenaamheden ervaren, wanneer men ons bespot, zelfs wanneer men ons aanvalt.

(Uit een kerkdienst van de stamapostel)