Woord van de maand

Jezus Christus is aan boord

Januari 2014

Geliefde broeders en zusters,

Aan het begin van een nieuw jaar vragen wij ons af wat het zal brengen, of er geluk of leed in opgesloten ligt. Voor ons is echter ook de vraag: wat brengt het nieuwe jaar met betrekking tot ons geloof? Wij mogen erop vertrouwen dat God ons bewaart, maar we weten even goed dat ons stormen en gevaren wachten. Met het oog daarop wil ik verwijzen naar een bekende gebeurtenis uit het Nieuwe Testament: de storm op het meer. Jezus vroeg Zijn leerlingen of ze Hem naar de overkant van het Meer van Galilea wilden brengen. Er stak een storm op, de boot werd heen en weer geslingerd en maakte water. De leerlingen waren erg geschrokken en wekten de slapende Jezus. De Heer bracht de storm tot bedaren, maar Hij berispte hen ook wegens hun ongeloof: “Waar is jullie geloof, waarom zijn jullie zo bang?” Deze gebeurtenis laat in de eerste plaats zien dat Jezus, als de Zoon van God, over de krachten van de natuur heerst. In dit verband kunnen we het zojuist genoemde vaartuig beschouwen als het zinnebeeld van Christus’ kerk.

Het schip van Christus’ kerk kwam in een storm terecht, en dat zal steeds weer gebeuren. Hier in Europa hebben wij te maken met een achteruitgang van het christelijke geloof en een ongunstige demografische ontwikkeling. In andere delen van de wereld worden we geconfronteerd met de toenemende invloed van niet-christelijke godsdiensten, groeiend materialisme en buitengewoon moeilijke politieke omstandigheden. Het zou dwaas zijn om deze gevaren en risico’s te ontkennen. Ik ben ervan overtuigd dat God al deze problemen in een handomdraai zou kunnen oplossen, maar dat doet Hij niet. Dientengevolge moeten we ons afvragen: wat kunnen wij doen?

Het eerste wat we kunnen doen, is de Heer vertrouwen. De leerlingen hadden er meer op moeten vertrouwen dat de boot niet kon zinken, want Jezus was immers bij hen? Wij geloven dat Jezus zal voltooien waaraan Hij is begonnen. En wij geloven in de door Hem gestichte kerk. Het geloof in de kerk van Christus is onverbrekelijk verbonden met het geloof in Jezus, Gods Zoon, die mens is geworden. Wij hebben zeer zeker te lijden onder de benardheid en de gebreken die in de loop der geschiedenis aan het voorkomen van Christus’ kerk zijn gaan kleven, maar daardoor laten we ons geloof in de door Jezus Christus gestichte en geleide kerk niet in gevaar brengen.

Ambtsdrager of niet, geen van allen willen we ons laten imponeren of ontmoedigen door de stormen waaraan wij zijn blootgesteld.

  • Het is gebruikelijk om tijdens een storm de zeilen te reven, zodat ze niet scheuren en het schip in het ongeluk storten; de zeilen zijn later weer nodig. – Het feit dat het aantal gemeenten in Europa kleiner wordt en wij onze uitgaven, wereldwijd gezien, aanpassen aan onze financiële mogelijkheden, wil niet zeggen dat we erin berusten te zullen zinken – integendeel: we gebruiken deze middelen juist om de storm te kunnen doorstaan.
  • Om het water dat het schip is binnengedrongen weer kwijt te raken, moeten we hozen. – Wij willen onvermoeibaar strijden tegen de schadelijke invloeden die onze kerk belagen: zogenaamde wonderbaarlijke genezingen, het in twijfel trekken van het apostelambt of pure ethiek ter vervanging van het geloof, zonder aan God te geloven, om maar enkele te noemen.
  • Tijdens de storm moeten alle opvarenden solidair zijn en elkaar steunen. Het is noodzakelijk dat we een eenheid vormen: wij willen openstaan voor de wensen van de ander en, waar dat mogelijk is, helpen elkaars lasten te dragen.

Voor ons allemaal is er één voorwaarde – altijd en overal: Jezus moet in ons vaartuig, in onze kerk zijn! Het volstaat niet om te beweren dat Jezus “aan boord is”, maar het moet ook worden aangetoond. Wij zouden er allemaal eens over moeten nadenken hoe Jezus in onze kerk nog beter zichtbaar wordt!

Jean-Luc Schneider