Woord van de maand

Troost in het Heilig Avondmaal

Oktober 2013

Na de zondenvergeving horen we de zin: “De vrede van de Opgestane zij met u!“ Is er een mooier woord van troost? Hoeveel troost bevatten deze vriendelijke woorden van vrede! Troost uit de zekerheid dat de Opgestane overwinnaar is over zonde, hel en dood; Hij heeft de macht van zonde en dood gebroken.  Ik heb deel aan deze overwinning! De dag zal komen, waarop Hij, die is opgestaan, ook mij zal doen opstaan!

„De vrede van de opgestane zij met u!“ betekent ook: Maak u geen onnodige zorgen! Ik heb de wereld overwonnen. De kracht van mijn opstanding is nog altijd werkzaam! Als we Heilig Avondmaal vieren, verkondigen we de dood van de Heer, totdat Hij wederkomt! Dat is ook een wonderbaarlijke troost, die wij van de Opgestane ontvangen. Bij elke Avondmaalviering richten we onze blik op het wederkomen van de Heer. Elk Avondmaal zegt ons: De Heer komt spoedig! Want de vervulling van deze belofte kondigt zich al aan in de viering van het Avondmaal.

We zouden misschien kunnen denken: "Dit is toch maar een goedkope troost." Voor ons is dat de mooiste troost, want tijdens het vieren van het Heilig Avondmaal beleven we vandaag al gemeenschap met de Heer. Hier is Hij als gekruisigde, opgestane en wederkomende in Zijn gemeente aanwezig.

Hier hebben we in Zijn lichaam en bloed de innigste gemeenschap met Hem. Hier geeft Hij ons de belofte: „Ik heb u niet alleen bestemd om u tot Mij te nemen als ik kom; Ik ben vandaag al hier en Ik sta hier naast u. Ik  geef u Mijn lichaam en Mijn bloed voor het eeuwige leven.“ Dat zijn geen sentimentele holle frasen; dat is de diepe betekenis van het Heilig Avondmaal. Dat we bij elke viering van het Avondmaal mogen ervaren en voelen: de Heer is hier, Hij staat naast mij.

Ik denk aan de vele broeders en zusters, die onder leed en verdrukking gebukt gaan en waar niemand kennis van neemt. Ik ben me ervan bewust, dat er in veel gemeenten broeders en zusters zijn, die troost nodig hebben en wiens pijn niemand ziet.

Misschien denkt u ook wel eens: ik tel niet mee, niemand ziet mij, ik ben onbelangrijk. Tegen hen zegt de Heer bij elk Heilig Avondmaal: „Vergeet niet dat Ik ook voor jou Mijn leven heb gegeven. Ik heb je gezien, Ik ben je niet vergeten en Ik heb je lief, Ik ben er ook voor jou!“

(Uit een dienst van de stamapostel)