Woord van de maand

Teleurgesteld

September 2013

Op dezelfde dag waarop de vrouwen het lege graf hadden gevonden en de boodschap van de engelen over de opstanding van Jezus Christus aan de leerlingen brachten, gingen twee van de leerlingen van Jezus op weg naar een dorpje, dat twee uur lopen van Jeruzalem verwijderd was. Ook zij hadden de boodschap van de vrouwen gehoord, maar konden daar net zo weinig mee beginnen als de andere in Jeruzalem verzamelde leerlingen van Jezus, die de boodschap over de opstanding als onzin afdeden. Zo was er voor de beide wandelaars maar een gespreksthema: hun mateloze teleurstelling over dat wat er gebeurd was.

Het kan voorkomen dat ook wij in ons leven een keer bitter teleurgesteld zijn. Onze verwachtingen werden niet vervuld; er gebeurde zelfs het tegendeel van wat we gehoopt hadden. We zijn teleurgesteld in de apostel, in de priester, in broeders en zusters, in diegenen die ons heel na staan. Misschien zijn we teleurgesteld in de God en begrijpen Hem niet meer. Ook van de gemeente kan iemand zich vervreemden, men begrijpt niets meer; alles is anders gelopen, dan men verwacht had. Alles schijnt zinloos en vergeefs te zijn geweest, men voelt alleen nog innerlijke leegte. Niemand ontkomt er aan zulke momenten van bittere teleurstelling mee te maken. Zoals bij alle niet te vermijden kwalijke zaken en tegenslagen moeten we ons afvragen: “Hoe ga ik daar mee om?”

De eenvoudige oplossing om weg te lopen, de gemeenschap te verlaten, schijnt de meest voor de hand liggende oplossing. Menigeen wendt zich uit teleurstelling ook van God af. Daarmee is de teleurstelling echter niet aan de kant geschoven of overwonnen – in tegendeel. Vaak knaagt dat innerlijk verder en begeleidt iemand als een donkere schaduw jarenlang, ja misschien zelfs zijn hele leven.

De Emmaüsgangers konden geholpen worden, omdat ze de Heer vroegen: “Blijf bij ons!” De Heer vervulde hun wens, ging met ze aan tafel, hield de maaltijd met hen en alles werd goed (Lukas 24).

De Heer kan ons uit de grootste, de bitterste teleurstelling leiden en ons weer blijdschap brengen wanneer we Hem niet de rug toekeren, maar de wens in ons dragen: “Heer, blijf bij me, verlaat me niet. Ik wil U niet verliezen. Ik begrijp U weliswaar niet meer, ben in U teleurgesteld, maar help me, ik wil bij U blijven!”

Wanneer deze wens, dit verlangen naar het een zijn met Christus, naar de gemeenschap met Hem in ons leven steeds de overhand houdt, kan en zal de Heer ons altijd helpen.

Wanneer ik de wereld niet meer begrijp en de lieve God ook niet, wanneer alles anders loopt, dan ik me had voorgesteld, dan denk ik aan de Heer Jezus en hoe het zou zijn, wanneer Hij bij me kwam en me zou vragen: “Heb je me lief?” Dan zou ik tegen Hem zeggen: “Heer, ik begrijp U weliswaar op het ogenblik niet meer, maar een ding is zeker: Ik heb U met heel mijn hart lief.” Dan weet ik dat Hij mij helpt. En dan komt alles weer in orde.

(uit een dienst van de stamapostel)