Woord van de maand

De Vader verheerlijken

Juli 2013

In het Hogepriesterlijke Gebed bidt Jezus tot zijn Vader: „Ik heb op aarde uw grootheid getoond door het werk te volbrengen dat u mij opgedragen hebt.“ (Johannes 17:4). Dat is eigenlijk de samenvatting van het leven van Jezus Christus. Jezus concentreerde zich op Zijn Vader en op de wil van Zijn Vader.

Hoe heeft Hij Zijn Vader dan verheerlijkt? We kunnen daarbij denken aan bepaalde, bijzondere gebeurtenissen. Dan kan men zeggen dat Jezus daardoor Zijn Vader heeft verheerlijkt. Als we bijvoorbeeld denken aan de verzoeking in de woestijn, toen Hij de duivel weerstond of toen Jezus het offer bracht en Zijn leven voor de mensheid gaf. Hij verheerlijkte God dus door Zijn bijzondere daden. Maar met Zijn woorden uit het Hogepriesterlijke Gebed meende Hij zeker niet alleen maar grootse daden, maar ook alles wat hij in het kleine deed.

Wanneer heeft Jezus Zijn Vader in kleine dingen verheerlijkt? Daartoe kunnen wij enkele gebeurtenissen in de bijbel vinden. Toen Hij een jongen van 12 jaar was en Zijn ouders Hem zochten en Hem uiteindelijk in de tempel vonden, zei Hij: „Wist u niet dat ik in het huis van mijn Vader moest zijn?“ (Lucas 2:49). Hij verheerlijkte Zijn Vader door Zijn instelling: Ik moet in het huis van God zijn. Dat kunnen wij ook doen. Ook wij willen onze God verheerlijken. Toen Jezus Zijn Vader verheerlijkte werd Hij zelf weer door God verheerlijkt, in Zijn opstanding en Zijn hemelvaart. Dat waren de uitwerkingen van Zijn verheerlijking door God. Wanneer wij vandaag, voor zover het in onze mogelijkheden ligt, God verheerlijken, dan zullen Jezus en Zijn Vader ons op dat moment verheerlijken, waarop wij de aarde verlaten en voor alle eeuwigheid bij hem mogen zijn. Het is dus belangrijk dat wij onze hemelse Vader en Zijn Zoon verheerlijken, zo goed als wij kunnen.

Terug tot de vraag: Hoe kunnen wij God verheerlijken? Dat kunnen wij in kleine dingen toen, het hoeven niet altijd grootse werken of aan een wonder grenzende daden te zijn. Net zoals Jezus kunnen wij de instelling hebben dat wij, voor zover wij kunnen, dicht bij God willen zijn. Dat kan in de kerkdiensten zijn of in onze gebeden. Daardoor verheerlijken wij onze hemelse Vader. Ik wil nog een voorbeeld daarvan noemen zoals Jezus Zijn Vader in het kleine verheerlijkte. Iemand kwam tot Hem en vroeg: „Goede meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?“ (Marcus 10:17). De aanhef „Goede meester“ bracht Jezus ertoe om te antwoorden: „Waarom noemt u mij goed? Niemand is goed, behalve God.“ Hij wilde dus Zelf niet geëerd worden, maar Hij gaf in alles, zelfs in het kleine, God de eer. Kunnen wij dat ook niet doen? Wanneer wij iets wonderbaars, groots beleven, wanneer wij bijvoorbeeld de hulp van God ervaren, dan denken we toch niet dat het onze verdienste is. Neen, laten wij dan opblikken naar de hemel en zeggen: Dat is het werk van God, Hij geeft Zijn hulp en Zijn ondersteuning.

Ik will nog een gebeurtenis noemen. Een vrouw werd eens voor de Heer Jezus gebracht, want zij had echtbreuk begaan. De mensen klaagden haar aan, maar wat deed Jezus? Hij vergaf haar. Hij heeft daardoor Zijn hemelse Vader verheerlijkt omdat hij genade verleende.  Dat moeten wij ook doen. Wij hebben soms ook moeilijkheden, er zijn problemen in de gemeente of in de familie, er zijn misverstanden. Ik ervaar het steeds weer dat het niet zo eenvoudig is. Maar wij verheerlijken God, wanneer wij steeds vergevingsgezind zijn.

Toen Jezus in de tempel kwam en zag dat de mensen daar handel dreven, was Hij verbolgen en wierp de handelaren en geldwisselaars, die de tempel van God voor hun eigen doel misbruikten, eruit. Ook in dit moment heeft Hij Zijn hemelse Vader verheerlijkt. Hij maakte de mensen duidelijk dat het er niet om ging om van de tempel van God een normale marktplein, een rovershol te maken – hoewel het de  joodse gewoonte weersprak om geen heidens geld in de tempel toe te laten. De tempel van God is heilig en moet ook heilig blijven. Wij staan geen enkele geest toe om deze heiligheid onze harten te laten storen. Laten wij God verheerlijken zodat wij alles wat in het huis van God gebeurt, en alles wat met de kerkdiensten is verbonden, heilig houden. Soms komen ook zaken in onze harten op die zich tegen de heiligheid van God keren: wanneer wij bijvoorbeeld met de leiding van God niet tevreden zijn of wanneer wij uitsluitend onze eigen opvattingen en meningen de ruimte geven – dat zouden dan „tafels“ in ons hart zijn die wij omstoten en eruit willen gooien opdat de heiligheid weer terug in ons hart kan keren.

We zien dus dat God verheerlijken een arbeid is die dag na dag voorkomt. Wij verheerlijken God wanneer wij in de kerkdiensten en in het gebed een innige gemeenschap met God en Zijn Zoon zoeken; wij willen steeds vergevingsgezind zijn en heilig houden wat in onze harten heilig is. Dat is onze dagelijkse opgave: onze hemelse Vader in het kleine, in de alledaagse zaken te verheerlijken.

 (uit een kerkdienst van stamapostel Leber)

Woord van de maand

Een zaak van bewogenheid

(September 2019) Wie een gebed uitspreekt, wil iets in beweging brengen. Wanneer we God in ons gebed deelgenoot... [meer...]