Woord van de maand

De raad van de dokter

Mei 2013

Wie heeft nog nooit de dokter horen zeggen: “U zou meer naar uw lichaam moeten luisteren.” Dit advies is gemakkelijk te begrijpen: het gaat erom dat we alleen dat doen wat goed  is voor ons lichaam, waarbij we ons goed voelen en wat nut heeft.  En dat we vermijden wat schadelijk is, wat ons lichaam niet ten goede komt. Wat dat precies is, daar moeten we zelf achterkomen. Iedereen reageert een beetje anders.

Hierbij ligt de gedachte voor de hand dat dit ook in geestelijk opzicht een goed advies is: wij zullen er meer op moeten letten waar onze ziel zich goed bij voelt, wat ons hart goeddoet.

Wij leven in een tijd waarin we blootstaan aan veel invloeden, waarin er veel bij ons komt binnenstormen. Dat moeten we op de een of andere manier een plek geven. Het is goed om erop te letten waar we ons wel bij voelen, wat ons goeddoet en wat de ziel verheft, en aan de andere kant te vermijden wat een vernietigende werking heeft, wat ons belast en naar beneden trekt.

In de Heilige Schrift kunnen we veel voorbeelden vinden waarin we zien hoe belangrijk een dergelijk advies is. Hierbij denk ik aan Salomo, de koning die speciale gaven bezat. Eigenlijk een zeer wijze man, aan wie de Heilige Schrift heel wat woorden heeft gewijd. Maar zoals  destijds  gebruikelijk was, omringde hij zich op latere leeftijd met heidense vrouwen die hem beïnvloedden. Had hij maar beter naar zijn ziel geluisterd, en zich niet laten gebruiken als een werktuig van andere geesten.

Ik denk ook aan Daniël, de profeet, die in een vreemde omgeving kwam en aan het hof van een heidense koning werd opgevoed. Maar toch voelde Daniël daar het verlangen om zich in den vreemde te houden aan wat hij van huis uit van zijn geloof wist. Hij schrok ervoor terug om zich te verontreinigen met de spijzen en dranken van de koningstafel. Daniël heeft naar zijn ziel geluisterd;  hij heeft erop gelet wat zijn hart goeddeed en wat hem niet goed bekwam.

Het is dag in, dag uit onze strijd om uit te sorteren wat schadelijk is, wat niet goed is voor onze ziel, en onszelf te verschaffen wat ons verheft, wat ons ten goede komt.

En inderdaad: wij zijn immers toegerust met de gave van de Heilige Geest. Zouden wij daarvan niet nog meer gebruik moeten maken en ons toevertrouwen aan de leiding van deze goddelijke Geest?

Dat willen we doen. Hij is als het ware de goddelijke arts die ons raad geeft.

Bij wijze van voorbeeld denk ik aan wat er dikwijls door de media tot ons komt. Ik weet hoe ik daar zelf op reageer. Het ene  keuren we af en het andere misschien goed. Maar we stellen ook vast dat veel dingen iemand kunnen belasten. Laten we dat toch vermijden.

Laten we erop toezien wat het hart goeddoet, wat bevorderlijk is voor de ziel, wat juist is in de ogen van de goddelijke arts, en vermijden wat schadelijk is en ons onderuithaalt.

(uit een dienst van de stamapostel)