Woord van de maand

Doe moeite voor voedsel

Februari 2013

Ik wil op een woord wijzen, dat me de laatste tijd heel erg beziggehouden heeft. Dit woord van Jezus luidt: “U moet geen moeite doen voor voedsel dat vergaat, maar voor voedsel dat niet vergaat en eeuwig leven geeft; de Mensenzoon zal het u geven.”

Ik ben blijven steken bij de eerste woorden: “Doe moeite voor voedsel”, dat klinkt een beetje merkwaardig. Wij zouden dat tegenwoordig nauwelijks zo uitdrukken. Vroeger stond in de Luthervertaling van 1912 “Arbeidt om spijs”, maar dat maakt het niet veel duidelijker. Ik bedoel dat het meer in de richting gaat van: Zorg voor voedsel. Dat is al beter te begrijpen. Ik heb nageslagen wat andere vertalingen zeggen en in een modernere vertaling staat: “Doe moeite voor voedsel.” Daar gaat het in de kern om: doe moeite voor voedsel, dat niet vergankelijk is, maar blijft tot in het eeuwige leven.

De samenhang is snel duidelijk gemaakt: er werden toen 5000 mannen (vrouwen en kinderen werden niet meegeteld) gevoed met vijf broden en twee vissen. Dat was een wonder van vermeerdering, dat door de Heer werd bewerkt. De mensen kwamen even later weer bij Hem. Hij gaf de mensen te verstaan, dat Hij zich weliswaar om het lichamelijke welzijn bekommerde, maar dat het voedsel, dat Hij geeft, daar bovenuit stijgt. Toen gaf Hij hun deze raad: Doe moeite voor voedsel, dat niet vergaat. Ik begrijp dat zo: Schuif het aardse terzijde, doe moeite voor voedsel dat dient tot eeuwig leven. Dat zal u gegeven worden door de Mensenzoon, Hij moet het zijn, die het bereidt.

Dat is de ene kant: de Godszoon geeft het voedsel, dat eeuwig leven geeft.

Dan is ook een andere kant: er hoort moeite bij. Ik wil dit voedsel eens als Gods woord aanmerken: voedsel, dat eeuwig leven schenkt, is het woord Gods, dat de Heer in de diensten schenkt. Niet iedereen zal dat als voedsel voor de ziel kunnen aannemen. Dat wil ik vooropstellen: Het woord wordt pas dan tot voedsel voor de ziel, wanneer we daarvoor moeite doen! Dat betekent, dat we eerst ernaar verlangen. Wanneer we naar de dienst gaan met de instelling van eens zien wat er komt, verliezen we de innerlijke betrekking tot het woord en doen we geen moeite en zullen we niet veel meenemen uit de dienst.

Anders is het, wanneer we met een verlangend hart komen en zeggen: “Lieve God, toon me toch, waar ik nog tekort kom.” Wanneer we de wens hebben, in de dienst waarachtig rijk te worden aan hemelse goederen, doen we moeite. We worstelen er zelfs om, dat het woord werkelijk diep doordringt. Doe moeite voor voedsel, de Zoon van God geeft het. Daarbij hoort het verlangen zich onder het woord van God te begeven en zich altijd af te vragen: Wat is voor mij de richting en de oriëntering voor de komende tijd?

Er wordt vaak tegen ons gezegd, dat de dienst een gemeenschappelijke aangelegenheid is. Dat is waar, er moet een gezamenlijke moeite zijn, een worstelen om het woord van God. Het is geen eenzijdige zaak van degene die de dienst houdt. Ook hij moet worstelen, eerst in de voorbereiding en dan in het dienen zelf. Wanneer iemand op het altaar zou gaan staan en zou denken: Eens zien, wat er komt, zou dat niet de juiste houding zijn die tot zegen dient. Het is een gemeenschappelijke aangelegenheid van allen met elkaar, dat we worstelen en ons moeite geven, het woord Gods van boven als voedsel voor de ziel aan te nemen.

Mag het zo zijn, dat we dit ook werkelijk als voedsel voor de ziel ondervinden en waarnemen, zodat dit woord onze harten bezighoudt en begeleidt en wij daaruit gevolgen trekken voor onze toekomst. Laten we dit op deze manier volhouden.

(uit een dienst van de stamapostel)