Woord van de maand

Jaar van de belijdenis

Januari 2013

Mijn geliefde broeders en zusters,

Het jaar 2013 is een jubileumjaar. De profetische roeping van apostelen, 150 jaar geleden, die door de apostelen van de Katholiek-Apostolische Kerk niet werd erkend, geldt als de geboorte van de Nieuw-Apostolische Kerk. Met dankbaarheid en bewondering zien wij terug op de geloofsgetuigen van die tijd. Het begin was beslist moeizaam en er was zeker veel moed voor nodig om ervoor uit te komen tot deze kleine schare gelovigen te behoren. Het terugblikken op het gebeuren van toen, brengt me ertoe het jaar 2013 uit te roepen tot het jaar van de belijdenis.

Bij belijden staat het verstrekkende woord van de Heer centraal: “Iedereen die Mij zal erkennen bij de mensen, zal Ik ook erkennen bij Mijn Vader in de hemel.”(Matt. 10: 32). Dit woord toont aan hoe belangrijk belijden is. Belijden is zelfs een wezenlijk kenmerk van de kerk van Christus. In onze catechismus staat daarover: “De kerk van Christus is de vergadering van diegenen die gedoopt zijn, die leven in de navolging van Christus en die Jezus Christus als hun Heer erkennen.”

De Heilige Schrift noemt voorbeelden van geweldige belijdenissen:

  • Petrus getuigde op de vraag van de Heer wie Zijn leerlingen meenden dat  Hij was: “U bent Christus, de Zoon van de levende God!”
  • Petrus en Johannes verkondigden voor de hoge raad: “Oordeel zelf, of het goed is voor God, dat we u meer gehoorzamen dan God. We kunnen het niet laten te spreken over dat wat we gezien en gehoord hebben.”
  • Paulus sprak tot stadhouder Felix: “Dat erken ik voor u, dat ik volgens de weg, die u een sekte noemt, de God van mijn vaderen zo dien, dat ik alles geloof, wat geschreven staat in de wet en de profeten.”

Uit deze voorbeelden kunnen we afleiden wat kenmerken zijn van oprecht belijden:

  • Op het beslissende ogenblik niet terugtrekken, maar stelling nemen.
  • Duidelijk en op niet mis te verstane wijze ergens voor staan en geen uitvluchten zoeken.
  • Onbevreesd zijn – ook niet bang zijn om nadeel te ondervinden.

Zo willen we onze Heer en ons geloof belijden!

Ook de verdere kerkgeschiedenis toont aan dat gelovige mannen en vrouwen God duidelijk beleden. Maarten Luther moet voor de Rijksdag te Worms de volgende – weliswaar historisch omstreden – woorden hebben gesproken: “Hier sta ik. Ik kan niet anders. God helpe mij. Amen.”

Deze krachtige getuigenissen staan in tegenstelling tot het zuiver met de lippen belijden. Het is volkomen duidelijk: iemand moet altijd helemaal achter het belijden van zijn geloof staan. Het werkelijk belijden van ons geloof vraagt

  • een diepe geloofsovertuiging,
  • liefde voor Gods werk,
  • moed,
  • de vaste wil tot doen.

Dit laatste punt houdt in dat men gelegenheden zoekt die het mogelijk maken om voor zijn geloof uit te komen.

Nu blijft nog de vraag aan ieder afzonderlijk: En hoe belijd jij je geloof? Wanneer we hier en daar nog tekortgeschoten zijn, blijft als troost de verwijzing naar Petrus; hij wordt genoemd als het voorbeeld van belijden. Zoals bekend, heeft Petrus de Heer drie keer verloochend, dus niet beleden. Maar hij heeft van dit verzuim geleerd.

Lieve broeders en zusters, laten we erkennen dat we de Heer in Zijn apostelen hebben gevonden. Laten we erkennen dat we dagelijks op de wederkomst van de Zoon van God wachten. Dat we allen in het nieuwe jaar mogen ervaren dat de Heer ons erkent! Daaraan verbind ik mijn geloof – dat is mijn vreugde.

In deze zin wens ik u allen een rijk gezegend nieuw jaar.

Innig en in liefde met u allen verbonden,

uw

W. Leber