Woord van de maand

Dank God voor alles. Altijd.

Oktober 2012

“Dank God de Vader altijd voor alles.” Zo zegt apostel Paulus het in zijn brief aan de Efeziërs. Dat is in mijn ogen een levenshouding: de dankbaarheid mag zich niet beperken tot bepaalde gebeurtenissen en ogenblikken waarin alles goed gaat, ze mag zich niet beperken tot bijzondere dagen, maar dankbaarheid is in deze zin een hartensgezindheid. Juist in deze tijd willen we ons hart laten spreken en in dankbaarheid tegenover God staan.

Het dankzeggen “voor alles” omvat twee gebieden: dat is aan de ene kant de aardse schepping en aan de andere kant de geestelijke schepping. Dat is al datgene wat de Heer geschapen heeft en we willen voor alles dankbaar zijn. Ik zie de dankdag voor de oogst dus veel omvangrijker, niet alleen beperkt tot het voedsel, op dat, wat in deze tijd rijp wordt, maar ik stel deze dank in de bredere context van de dankbaarheid voor alles.

Ik begin met de aardse schepping: we willen dankbaar zijn voor het leven, dat ons geschonken is. We willen dankbaar zijn voor het voedsel, dat we hebben, of – iets omvangrijker - voor de basisvoorzieningen die de Heer ons schenkt. We zijn dankbaar voor de mogelijkheden, die we als mens hebben. Het is geen vanzelfsprekendheid, dat we met anderen kunnen communiceren, dat we ons kunnen bewegen, dat we als mens zoveel mogelijkheden hebben -dat is toch reden voor dankbaarheid. We willen ook dankbaar zijn, dat we niet alleen zijn. Wanneer we om ons heen kijken,  zijn er andere mensen. Daar is onze familie, daar zijn onze vrienden. Laten we daar dankbaar voor zijn. Ik ga zover, dat ik zeg: we willen dankbaar zijn voor de echtgenoot, die we mogen hebben.

Dan staat er hier in het Bijbelwoord: “Wees altijd dankbaar”. Hierin ligt wel een bijzondere moeilijkheid, want er zijn ook tijden van nood. Men is niet altijd gezond, er is niet altijd genoeg voedsel, in sommige streken is dat een probleem. Of men heeft geen werk. Dan is het misschien niet meer zo gemakkelijk, dankbaar te zijn. Dankbaarheid is een hartensgezindheid, zoals ik eerder aanhaalde: daarom kan men ook in nood dankbaar zijn, wanneer men niet kijkt naar wat ontbreekt, maar naar al het goede, wat er ook is.

Naast de aardse is er een geestelijke schepping. We hebben een onsterfelijke ziel. Het eeuwige leven wordt ons in het vooruitzicht gesteld. De eeuwige gemeenschap met de Heer. Als men dit geloof in zich heeft, daar moet dankbaarheid zijn, dat de Heer het zo heeft ingericht. En zoals het in het aardse is, dat het lichaam voedsel nodig heeft, zo is het ook in het geestelijke: er moet iets zijn, dat dit leven bevat. Dat is het woord Gods, dat is de goddelijke genade. Laten we daar dankbaar voor zijn.

Maar ook geestelijk gezien zijn er tijden van nood. Het kan gebeuren, dat in de gemeente problemen ontstaan, dat er misverstanden zijn, dat het niet meer zo harmonisch verloopt. Laten we niet blijven staan bij zulke onvolkomenheden. We willen ons verheugen over het goede. Dat, wat niet goed is, willen we proberen te beheersen door gesprekken, door wederzijds begrip, door vriendelijke en hartelijke omgang met elkaar.

We zien, er is in het geestelijke als ook in het aardse een groot gebied, waar de Heer het goede schenkt, waar we dankbaar kunnen zijn en waar we ons niet door nood en moeilijkheden ervan laten weerhouden, dankbaar te zijn. Laten we van harte zo handelen. Ik roep op tot dankbaarheid voor alles altijd!

(uit een dienst van de stamapostel)

Woord van de maand

Een splinter

(Februari 2019) Het schijnt de mens eigen te zijn ruimhartiger over zichzelf  te denken dan over anderen. Bij... [meer...]