Woord van de maand

Het komt er op aan, trouw te blijven tot het laatst

Augustus 2012

Vanuit de woestijn Paran zond Mozes twaalf boodschappers uit naar het land Kanaän, om een indruk te krijgen van het beloofde land. Onder hen was ook Kaleb. Over Kaleb zei God later: „….Mijn knecht Kaleb, omdat Hij mij trouw nagevolgd is, zal Ik in het land brengen.” Wat was er bijzonder aan Kaleb? Toen de boodschappers terugkeerden, vertelden ze, wat ze hadden beleefd. Tien van hen zeiden, dat de bewoners van Kanaan te sterk waren. Het volk van Israël kon het land niet innemen. Slechts twee, Kaleb en Jozua, waren er voor het te proberen. Kaleb zei: „We kunnen zonder probleem optrekken en het land in bezit nemen.” De stemming ging heen en weer. Maar Kaleb liet zich niet in de war brengen en zei: „Wanneer de Heer ons goedgezind is, zal Hij ons erheen brengen en het ons geven.” Hij keek met zijn hele hart op naar de Heer. Dat is trouw! Kaleb kon jaren later met zijn nakomelingen het land binnengaan en innemen, omdat hij de Heer trouw gebleven is.

In de verschillende werelddelen zijn er veel culturen, meningen, inzichten, veel uitdagingen. Een ding blijft bestaan: de trouw! Wie de Heer trouw is gevolgd en hem trouw gebleven is in verschillende omstandigheden, zal rijkelijk beloond worden. Kaleb heeft het land gezien en mocht blijven, omdat hij trouw was - wij zullen de Heer op Zijn dag zien en bij Hem blijven, wanneer we Hem trouw zijn.

Dat is tegenwoordig een uitdaging, want er zijn veel meningen en inzichten openbaar geworden, over hoe men tot God kan komen. We willen ons daardoor niet in de war laten brengen. We willen vertrouwen in de Heer houden, letten op de Goddelijke geboden en wetten en niet opgeven, met geheel het hart de Heer aan te hangen en naar Hem opzien – dat is trouw!

Destijds was de situatie niet eenvoudig. De argumenten van de tien boodschappers, die gewaarschuwd hadden, waren niet onverstandig. Ze spraken over de oorlogssterkte van de bewoners van het beloofde land; wanneer men zich met hen wilde meten, kon men verliezen.

Ook vandaag zullen er een aantal zijn, die goede redenen hebben en vragen: „Moeten we nog wel de diensten bezoeken? Moeten we ons bij de Apostelen houden? Moeten we nog wel wachten op de dag des Heren?” Trouw de Heer navolgen – dat doen we in wezen allemaal; maar wanneer nood en droefheid komen, wordt het moeilijk om trouw te blijven. Wanneer men gebeden heeft en er op hoopt, dat omstandigheden zich veranderen en er gebeurt schijnbaar niets – dan willen we desondanks trouw blijven! Het komt er op aan, trouw te blijven tot het laatst.

De Zoon Gods heeft er op gewezen, dat op het eind de trouw doorslaggevend is. In de gelijkenis van de toevertrouwde talenten zegt de Heer tegen de knecht, die met zijn talenten had gewerkt: „Omdat je betrouwbaar bent gebleken in het beheer van een klein bedrag, zal Ik je over veel meer aanstellen.” Wanneer men mij verwijt, dat anderen misschien anders doen, dan wil ik wijzen op een woord van Apostel Paulus: „Maar wat is daarvan de zin? Wanneer sommigen van hen God ontrouw zijn geworden, zal dat dan geen einde maken aan Gods trouw?” Dat stelde Apostel Paulus al als vraag. „Natuurlijk niet. Het blijft veeleer zo: God is waarachtig….” God blijft onveranderlijk, de Trouwe, de Toeverlaat; maar het is belangrijk voor ons Hem trouw te blijven.

(uit een dienst van de stamapostel)

Woord van de maand

Taal

(Juli 2019) De taal zegt veel over iemand. De manier waarop hij praat, de woorden die hij gebruikt, de manier... [meer...]