Woord van de maand

Gedachten van twijfel opzij schuiven!

Juli 2012

Aan het eind van het Marcus-evangelie staat: “Ten slotte verscheen hij aan de elf terwijl ze aan het eten waren, en Hij verweet hun hun ongeloof en halsstarrigheid, omdat ze geen geloof hadden geschonken aan degenen die Hem hadden gezien nadat Hij uit de dood was opgewekt.” Er bestond dus scepsis, zelfs onder de elf apostelen, ze konden de reikwijdte van het gebeuren niet meteen omvatten. Na Zijn opstanding op paasmorgen verscheen de Heer aan Maria uit Magdala en daarna “in een andere gedaante aan twee van hen die buiten de stad aan het wandelen waren”- zoals in Marcus staat beschreven. Dat waren dus degenen die Hem gezien hadden en die niet werden geloofd door de elf. En toch verwierp de Heer de apostelen niet, Hij hield zich niet lang bezig met hun ongeloof en halsstarrigheid, maar schoof dat opzij en gaf ze de opdracht: “Trek heel de wereld rond en maak aan ieder schepsel het goede nieuws bekend.” - een opdracht, die tot op vandaag geldig is.

Het kan gebeuren, dat er gedachten van twijfel en ongeloof opkomen. Dat kunnen we niet verhinderen. We leven in een wereld, waarin men alles rationeel, met het verstand en het menselijke weten doorgronden en begrijpen wil. Dat stopt niet voor Bijbelse gebeurtenissen, ook niet voor de opstanding. Dan merken we, dat er veel twijfels zijn, veel, waar men vragen bij heeft en misschien anders zou willen uitleggen. Zulke gedachten komen ook bij ons. We willen ons er helemaal niet mee bezighouden hoe anderen dat ervaren. Maar we leven in de wereld en hebben misschien wel eens de gedachte gehad of de Heer zich vandaag door Zijn woord openbaart. De Heer weet van zulke gedachten! Hij schuift ze met Zijn woord opzij. Hij kijkt niet naar onze zwaktes en onvolkomenheden, zelfs wanneer er gedachten van twijfel komen. De Heer oordeelt daar niet over, maar Hij wil ons de kracht geven dat te overwinnen en er mee af te rekenen.

Wie heeft er geen gedachten van twijfel? Niet in de zin, dat men in de grond er aan twijfelt, wat de Heer heeft gedaan. Maar het gebeurt ook wel eens, dat de een of andere vraag opkomt en men zich met een zucht doorworstelt: “Maar lieve God, moet dat allemaal zo gebeuren zoals dat heden gebeurt?” Hoe gaat men daarmee om? Laat men deze twijfel in zich doorwerken? Kunnen deze gedachten een vaste plaats krijgen in het hart?  Verbreidt men dat misschien nog en wil graag in deze twijfel versterkt worden? Dan is dat gevaarlijk!

Maar wanneer men zegt: “Ach, lieve God, geef me toch de kracht dat ik daarmee kan afrekenen!” Dan verhoort de Heer ook zulke gebeden en geeft ons nieuwe moed.

Zo willen we onze blik naar voren richten in de overtuiging: de Heer komt! Hij zal ook voor ons een dag bereiden, waarop wij de opstanding kunnen meemaken.

(uit een dienst van de stamapostel)