Woord van de maand

Dien de Heer

Januari 2012

Wanneer ik aan het komende nieuwe jaar denk houdt mij de gelijkenis bezig van de Heer met de toevertrouwde ponden.  Er staat geschreven dat een koning naar een ver land trok, maar eerst elk van zijn dienaren honderd drachmes gaf met het verzoek: ga daarmee handeldrijven terwijl ik weg ben! (Lucas: 12 en 13)

Dat betekent voor ons: laten we ijverig zijn en de talenten die God ons heeft geschonken in de gemeente gebruiken. Daarbij gaat het niet alleen om actie, maar om doelgericht handelen. De wederkomst van Christus moet altijd centraal staan.

Ook de bijbeltekst uit de Psalmen is van belang: „Dien de Heer met vreugde!” (Psalm 100:2) We willen niet ons zelf dienen, niet onze eigen belangen najagen, nee, we willen de Heer dienen! Wie zich ijverig bezighoudt in de gemeente voor het welzijn van anderen, die dient de Heer. Wanneer men dat blij en van ganser harte doet, zal dat dienen tot zegen.

Ons leven wordt echter zo in beslag genomen door de vele verplichtingen, dat er vaak amper ruimte lijkt te zijn voor zelfontplooiing om de Heer te kunnen dienen. Zeker, er zijn tegenwoordig veel dingen noodzakelijk die het in dienst staan in de gemeente van de Heer in de weg zouden kunnen staan. Maar: waar een wil is, is ook een weg. Dat niemand zich geheel mag terugtrekken met de gedachte: het is nu eenmaal zo…

Ik doe daarom een oproep om ijverig te zijn in de gemeente. Daarbij denk ik vooral aan die, die nog geen activiteit voor zichzelf hebben gevonden. Om ijverig te zijn, moet men zichzelf heel vaak overwinnen, of om het in omgangstaal te zeggen: men moet een duwtje in de rug krijgen!

Laten we dus van binnen een duwtje in de rug krijgen om,

  • de mogelijk aanwezige afstand te overbruggen die er bestaat ten opzichte van ambtsbroeders en broeders en zusters in de gemeente; laten we tot elkaar komen;
  • afstand te doen van onze gemakzucht;
  • de schroom te overwinnen om verplichtingen aan te gaan;
  • de onverschilligheid te overwinnen.

Wanneer iemand ijverig zou willen zijn, maar niet duidelijk voor ogen heeft welke activiteit geschikt zou kunnen zijn, dan kunnen de ambtsbroeders gerust worden geraadpleegd. Aan de ambtsbroeders wordt vervolgens gevraagd om deze broeders en zusters te adviseren en samen met hen te overleggen, hoe  goede voornemens kunnen worden gerealiseerd.

En wat is met hen, die op grond van hun gezondheidsproblemen niets meer kunnen doen? Mijn antwoord: „Ook dan kan men nog meewerken. Eén ding is in ieder geval mogelijk: het gebed voor de medemens. Ook dat is een zegenrijke hulp in de gemeenschap.

Dat 2012 in deze zin een jaar mag zijn van blij dienen.

Ik wens u allen een genaderijk nieuw jaar, vervuld met veel vrede en blijdschap vanuit de Heilige Geest. Onveranderd wachten we op de wederkomst van de Zoon van God.

Met hartelijke groet,

uw

Wilhelm Leber