Woord van de maand

God bepaalt de oogsttijd

November 2011

Apostel Paulus schrijft in de brief aan de Galaten: „Laten we daarom het goede doen, zonder op te geven, want als we niet verzwakken zullen we oogsten wanneer de tijd daarvoor gekomen is (Galaten 6:9).” Daarbij liep het in deze gemeente in Galatië, een gebied in Klein-Azië, het huidige Turkije, niet zoals de Apostel het zich had voorgesteld.

De Galatiërs waren duidelijk van plan  de blijde boodschap van de opstanding van Jezus en de daaraan verbonden bevrijding van de wet een plaats aan de zijlijn geven.

Zij wilden de wet van het Oude Verbond weer laten gelden, die volgens Apostel Paulus door het leven en sterven van Jezus Christus achterhaald was.

Apostel Paulus gaat er in duidelijke bewoordingen tegen in.

Aan het einde van zijn brief maant Paulus aan dat te spreken, wat belangrijk is: ruimte geven aan het Evangelie van Jezus Christus.

Het voorbeeld van de oogst, dat Paulus daarbij gebruikt, betekent in de praktijk dat wanneer men iets zaait, men dan ooit, op een bepaald tijdstip, kan oogsten. Onder zaaigoed naar de geest bedoel ik, zoals ik in „ten geleide” in UF 16/2011 (niet vert. in Ned. OF)  reeds heb uiteengezet, het goede te doen, dat God welgevallig is, namelijk het gebedsleven te onderhouden, de diensten te bezoeken, de onderlinge relatie te onderhouden, te offeren en te erkennen. Op die manier zaait men constant iets goeds. Waarbij het tijdstip van de oogst altijd door God wordt bepaald. Wanneer men op een akker zaait, kan men niet zelf bepalen dat men morgen kan oogsten. Men moet wachten, totdat de tijd rijp is. God bepaalt deze oogsttijd. Maar belangrijk is, dat men zelf zaait. Een boer die maar een kwart van zijn akker bewerkt, dus zaait, en vervolgens zegt “Nu houd ik er mee op”, moet er rekening mee houden dat ook de oogst overeenkomstig gering zal zijn. Op geestelijk gebied is dat niet anders; wanneer we zouden ophouden met zaaien, dan zal ook de oogst overeenkomstig schamel zijn. Wat is de oogst? De oogst is op de eerste plaats blijdschap, die we hier al ontvangen, de oogst is goddelijke zegen, die we aanvaarden. Ten tweede zal de grootste en belangrijkste oogst zichtbaar worden, wanneer de Heer wederkomt en wij door de Heer kunnen worden aangenomen en eeuwig met Hem kunnen samenzijn.

Het is nu tijd om te zaaien, eens zullen we oogsten. God bepaalt het tijdstip. Dat is als bij het natuurlijke zaad: wij kunnen daarbij niet bepalen, wanneer we zouden willen oogsten. Zo is het ook met de dag dat Jezus wederkomt. Wanneer deze grote oogst zal plaatsvinden, dus wanneer de Heer Zijn Zoon zendt, dat weten we niet. Dat ligt in Gods hand. Maar zolang de Heer nog niet is gekomen, bestaat nog altijd de mogelijkheid om de zaaien. Of, om het te zeggen met de woorden van Apostel Paulus: “Laten we het goede doen zolang we nog tijd hebben”. Zo willen we handelen en geen dag verzuimen, zodat we ons achteraf geen verwijten hoeven te maken. Laten we de Heer dus trouw blijven, niet moede worden, ons graag en steeds voor de Heer buigen in innige deemoed en doen wat Hem welgevallig is. Dan blijven we verder met elkaar verbonden totdat de Heer Zijn werk voleindigt. Dat het spoedig zover mag zijn.

(uit een dienst van de Stamapostel)