Woord van de maand

Vervuld van het Goddelijke

Oktober 2011

De brief aan de Efeziërs bevat de wens, dat de Efeziërs vervuld zullen zijn “van heel de Goddelijke volheid”. Er is zoveel dat de mens kan vervullen: sportactiviteiten, politiek, carrière, maar ook zorgen en lasten. Maar onze blik is niet gericht op het aardse, maar op het geestelijke. We blikken in ons eigen hart: wat vervult ons? Het is geweldig wanneer we van heel de Goddelijke volheid vervuld zijn. Maar wat betekent dat? Ik wil een aantal voorbeelden uit de Heilige Schrift aanhalen, zodat begrijpelijk wordt, wat daarmee bedoeld wordt. Jezus vervulde de wens, dicht bij zijn hemelse Vader te zijn. Toen hij een jongen van 12 jaar was, zochten zijn ouders Hem eens en ze vonden Hem in de tempel. Hij zei toen tegen hen: “Wisten jullie niet, dat Ik zijn moest in dat wat van mijn Vader is?” Dat vervulde Hem. Vaak lezen we in de Bijbel, dat Hij op een berg ging en bad, soms een hele nacht. Wanneer wij vervuld zijn van de wens, dicht bij God te zijn, dan gaan we naar de dienst, want daar is God ons heel nabij.

Toen de Heer met zijn leerlingen op het meer was, ontstond er zo’n geweldige storm, dat het schip gevaar liep te vergaan. De leerlingen werden onrustig. Ze wisten niet, wat ze moesten doen en waren vervuld van de zorg, hoe ze zich konden redden. Wat deed Jezus? Hij lag in het schip en sliep. Hij moet vervuld geweest zijn van volledige rust en overgave. Hij was er zeker van, in Gods hand te zijn.

Moge ook ons in de stormen van het leven zulk een rust vervullen in de wetenschap: wij zijn in Gods hand.

In de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan gaf de Heer er een voorbeeld van, hoe men handelt, wanneer men van naastenliefde vervuld is. Wat mooi, wanneer we van zulke liefde vervuld zijn en niet wegkijken, wanneer we anderen oprichten en hen behulpzaam zijn, zodat ze hun weg kunnen vervolgen. Het is prachtig wanneer zo’n basishouding in de gemeente aanwezig is, dat de een de ander helpt en allen van liefde vervuld zijn. Dat is een sterke, levende gemeente, die uitstraling heeft. Dat wordt waargenomen.

Men ziet ook, wanneer we van de wens vervuld zijn de Heer te dienen. Daarbij denk ik aan Apostel Paulus, die van deze wens vervuld was. Hij had met veel moeilijkheden te maken. Het is werkelijk verbazingwekkend, dat hij nooit opgaf. Hij was doordrongen van de wens, de Heer te dienen.

Ons hart is als een ton, die een beperkte hoeveelheid bevatten kan. Men kan het niet eindeloos vullen. Wanneer we volledig van aardse dingen vervuld zijn, dan is er geen plaats meer voor het geestelijke. Daarin zie ik heden een gevaar: Dat we te zeer vervuld zijn van het aardse, van onze problemen en noden, zodat er geen plaats meer over blijft voor dat, wat de Heer aanbiedt.

We willen er daarom acht op slaan, dat er altijd genoeg plaats is voor de Heilige Geest. Wanneer dat het geval is, handelen we dienovereenkomstig. Laten we er op letten wat ons vervult. Want van de volheid van God vervuld zijn betekent, dat het bij alles om het Goddelijke gaat. Daar willen we naar streven.

(uit een dienst van de Stamapostel)