Woord van de maand

Oefen u in vroomheid

September 2011

In tegenstelling tot vandaag de dag was sport in de Bijbel geen thema. Sport werd in de tijd van Jezus alleen bedreven met als doel gehard te worden voor de oorlog of voor een vertoning  van verafgoding van heidense goden. Maar Apostel Paulus plaatst de lichamelijke oefening nu eens tegenover de vroomheid. Vroomheid is een begrip, dat in dit moderne leven niet meer zo gebruikelijk is of niet meer zo gewaardeerd wordt. Daarin herken je een gedrag van uiterlijkheid en fanatisme. Dit denkbeeld, zoals het door Apostel Paulus gebruikt wordt, heeft een heel andere betekenis. Het heeft niets met fanatisme of onwerkelijkheid te maken. Welke waarde deze vroomheid heeft, maakt de Apostel in het volgende vers duidelijk: “…het nut van een vroom leven is grenzeloos, omdat het een belofte inhoudt voor dit leven en het leven dat komen zal.” Vroomheid heeft hier op aarde haar loon al, in alle dingen; in het bijzonder is daaraan de belofte van het eeuwige leven verbonden.

Wat is dan de ware vroomheid voor God? Vroomheid is op de eerste plaats een aangelegenheid van het hart. Ik heb er al op gewezen, dat fanatisme en alles wat men naar buiten toe zou willen tonen om het een bijzondere indruk te laten maken, voor God geen enkele rol speelt. De Heer Jezus sprak in de gelijkenis van de Farizeeër en de tollenaar juist diegenen aan, die beweren vroom te zijn en die op anderen neerkeken. De Farizeeër keek neer op de tollenaar en vond zichzelf geweldig met betrekking tot vroomheid – in tegenstelling tot hem waagde die tollenaar het amper om op te kijken naar de Heer, sloeg zichzelf op de borst met de bede: „Heer, wees mij zondaar genadig!“

Uit deze gelijkenis valt te leren, dat tussen ons en de Heer zich de ware vroomheid afspeelt, al het andere is niets waard. Er is wel nog iets anders nodig om te kunnen zeggen de ware vroomheid te bezitten en dat is godvrezendheid. Zonder godvrezendheid kun je niet vroom zijn. Vroomheid en godvrezendheid komen uit de Griekse taal van hetzelfde woord.

Vroomheid betekent, het goddelijke de ruimte geven! Daar wordt de aanmaning aan verbonden, de zonde geen ruimte te geven. Dat is altijd weer moeilijk, juist in deze tijd. Laten wij ons los maken van het aardse, laten wij ons niet in beslag laten nemen door de dingen van deze tijd. Hoe moeten we dat doen? Ik raad u daartoe aan om u eens in gedachten te verbinden met het goddelijke en met wat de Heer gegeven heeft. Waarom niet eens in het gezin met elkaar over de dienst praten, over alles wat de Heer in Zijn woord gegeven heeft? Laten we eens wat ruimte maken voor het goddelijke in onze gedachten, in onze woorden, in het gezin, overal waar dat mogelijk is. Daar komt nog bij, dat wij duidelijke beslissingen voor de Heer moeten nemen en de trouw tot de Heer en Zijn werk hoog moeten houden.

Wij schuiven graag veel naar de verre toekomst. Maar het is belangrijk nu te handelen en het heil aan te nemen. „Oefen jezelf in een vroom leven“, zo schrijft de Apostel verder aan Timoteüs. Dat betekent, dat het niet automatisch en vanzelf komt. Vroomheid – daar wordt men niet mee geboren, die moet men zich eigen maken, dat is een levensopgave. Zich in vroomheid te oefenen, betekent dan: oefen u erin ruimte te scheppen voor de Heer, oefen u erin, voor de Heer te besluiten, oefen u in de trouw. Nu al kan de Heer degene zegenen die er moeite voor doet om in deze zin vroom te zijn.

(uit een dienst van de Stamapostel)