Woord van de maand

De Heer is werkelijk opgestaan!

April 2011

Pasen is het feest van de opstanding. Nadat met de kruisdood en het ten grave leggen van Jezus ogenschijnlijk alles voorbij was, bracht paasmorgen de grote omwenteling. De boodschap “De Heer is werkelijk opgestaan!”, verspreidde zich razendsnel onder de jongeren. Het waren de vrouwen die de leerlingen het eerst over het lege graf vertelden. Direct was het de vraag of je de opstanding geloofde of niet. Volgens het evangelie van Lucas reageerden de Apostelen allereerst vol onbegrip op het bericht van de opstanding van de Heer: “…maar die vonden het maar kletspraat en geloofden hen niet.” Slechts één, Apostel Petrus, liet de zaak niet rusten; hij rende naar het graf om zelf te kijken. Vanaf toen was er constant discussie over de vraag: is de Heer werkelijk opgestaan of niet?

Pas langzaamaan ontstond er bij de leerlingen geloof in de opstanding. Eerst moesten ze hetgeen gebeurd was verwerken. Hoewel Jezus meerdere keren aan hen verscheen en zelfs met hen at en dronk om ze ervan te overtuigen dat Hij in levenden lijve opgestaan was, twijfelden ze tijdens de Hemelvaart nog – 40 dagen na Pasen. In de Bijbel staat: “De elf leerlingen gingen naar Galilea, naar de berg die Jezus hun had genoemd, en toen ze Hem zagen bewezen ze Hem eer, al twijfelden enkelen nog”.

Dat betekent: de leerlingen en Apostelen moesten zich ook eerst tot geloof in de opstanding zetten – de ene meer dan de ander. Ze zijn met Pasen niet direct met toeters en bellen op pad gegaan om iedereen te vertellen: de Heer is opgestaan! Ze moesten het eerst verwerken en tot een keuze komen hoe ze er tegenover stonden.

Je kan je er wel een beetje in verplaatsen. Wat daar gebeurde, was zo onverklaarbaar, zo ongrijpbaar, dat ze eerst twijfelden. En zo ging het velen die voor het eerst de boodschap hoorden: “De Heer is werkelijk opgestaan!”

Apostel Paulus predikte in Athene over de opstanding. Over de reactie van de burgers van Athene staat in Handelingen geschreven: “Toen ze hoorden van een opstanding van de doden dreven sommigen daar de spot mee, terwijl anderen zeiden: ‘Daarover moet u ons een andere keer nog maar eens vertellen’”. Wederom werd op de opstanding verschillend gereageerd. Later moest Apostel Paulus zich voor koning Agrippa en Festus verantwoorden en zei toen: “Waarom is het toch zo moeilijk te geloven dat God mensen uit de dood opwekt?” Grieken, Romeinen, Joden – allen hadden hun problemen daarmee die gedachte een plaats te geven, dat de Heer was opgestaan en de dood had overwonnen.

En hoe ziet er tegenwoordig uit? Het is treurig. De opstanding, de kern van het christelijke geloof en de christelijke boodschap, is tegenwoordig voor de mensen geen thema meer.

Het mag niet zo ver komen dat de opstanding voor ons geen thema meer is. Dat moet een thema blijven! Ik heb er het volste begrip voor, wanneer iemand er wellicht een beetje moeite mee heeft en eens twijfelt; dat is niet tragisch. Het zou tragisch zijn wanneer de opstanding van Christus, de gebeurtenissen rondom Pasen en de daaraan verbonden hoop op onze opstanding en gedaanteverwisseling voor ons geen thema meer zouden zijn. Dat moet altijd een thema blijven. Dat er weleens twijfels komen, ligt in de natuur van de mens. Maar wie bij de Heer blijft, die zal weer zekerheid en duidelijkheid krijgen. De Heer laat diegenen die strijden niet alleen maar geeft hun ook de overwinning.

Het is het fundament van ons geloof en onze toekomst: de Heer is werkelijk opgestaan. Wanneer Hij terugkomt, zullen wij aan Zijn opstanding deelhebben.              

(uit een dienst van de Stamapostel)