Woord van de maand

Aanvullende uiteenzettingen voor een beter begrip van de Heilige Schrift

Maart 2010

Met betrekking tot het thema “Hoe verstaan wij de Heilige Schrift?” heb ik in “Onze Familie” al eens stelling genomen (vgl. OF 03/09). Daarin heb ik erop gewezen dat veel dingen in het Oude Testament symbolisch en metaforisch begrepen moeten worden. Dat is in het bijzonder het geval bij de scheppingsgeschiedenis. De sindsdien gevoerde gesprekken en discussies brengen mij ertoe hier nog enkele verklarende en verdiepende uiteenzettingen aan te wijden.

Waarom is dit thema van belang? Wel, het gaat mij vooral om onze kinderen en jeugd die op school wetenschappelijke inzichten over het ontstaan van de aarde aangereikt krijgen; bij hen doet zich de vraag voor hoe de leerstof in overeenstemming gebracht kan worden met de scheppingsgeschiedenis volgens de Bijbel. Ook wetenschappelijk geïnteresseerde volwassenen zijn daar af en toe onzeker over.

Komen we nu bij het thema: De Heilige Schrift zegt ons dat de aarde geschapen werd in zes dagen. Wanneer men deze informatie letterlijk zou nemen, zou men aan de hand van het geslachtsregister in de Heilige Schrift tot de slotsom kunnen komen dat de aarde slechts ongeveer zes- tot tienduizend jaar oud is. Maar de wetenschap gaat er vandaag de dag van uit dat de aarde al meer dan vier miljard jaren bestaat. Deze beide tijdrekeningen komen in de verste verte niet met elkaar overeen. Wanneer men de wetenschappelijke bevindingen volgt, kan men er niet omheen om de scheppingsdagen uit te leggen als zeer grote tijdsperioden.

Nu weet ik dat het loslaten van een letterlijke betekenis van de Heilige Schrift menige broeder en zuster met onbehagen vervult. Daar heb ik begrip voor, maar meen toch dat de veelheid van wetenschappelijke bevindingen die tegen een letterlijke overeenstemming met de scheppingsgeschiedenis spreken, overweldigend is. Ik denk bijvoorbeeld aan de leeftijdsvermeldingen van fossielen of de inzichten over het bestaan van de dinosaurussen. Ook de tegenwoordige stand van de wetenschap met betrekking tot voorlopers van de moderne mens wijst op een ontwikkeling gedurende lange perioden.

Het kan behulpzaam zijn om zich eens met de vraag bezig te houden hoe degenen die de Bijbelse scheppingsgeschiedenis opgeschreven hebben wel tot die inzichten gekomen zijn. Ik geloof beslist dat zij geïnspireerd zijn door de Heilige Geest; maar die inzichten werden hun zeer beslist niet in de vorm van een wetenschappelijke voordracht doorgegeven. Aan hen werden veeleer beelden en voorstellingen geopenbaard die zij in overeenstemming met het begrip van hun tijd vastgehouden hebben.

Ook uit andere voorbeelden valt waar te nemen dat de voorstelling in de Heilige Schrift gevormd is door het inzicht uit de toenmalige tijd. Zo is bijvoorbeeld in de Openbaring van Johannes sprake van de vier hoeken der aarde. Daaraan ligt de voorstelling ten grondslag, dat de aarde plat zou zijn. Tegenwoordig bezitten wij een ander inzicht, maar niemand stoort zich aan die uitspraak omdat men hem beeldend verstaat.

Vervolgens komt een andere vraag naar voren: hoe heeft de aarde zich dan gedurende deze enorme tijdsperioden vanaf het begin van alle leven tot de heden aanwezige levensvormen ontwikkeld? Welnu, alles wijst op een geleidelijke ontwikkeling, een evolutie. Dat komt ook overeen met de Heilige Schrift, waar van een trapsgewijze ontwikkeling van planten en dieren tot aan de mens bericht wordt. Het is niet onze opdracht om uit te vinden hoe dat in detail geschiedde. Dat laten we aan de wetenschap over. Voor ons is het belangrijk te geloven dat God achter alles staat. Hij heeft het hele ontwikkelingsproces in Zijn hand gehouden en het leven in al zijn veelvuldige verschijningsvormen naar Zijn wil voortgebracht.

Nu duikt er nog een volgende vraag op: hoe is het Bijbelse verhaal over Adam en Eva als het eerste mensenpaar in deze samenhang in te passen? Mijn antwoord is: de Heilige Schrift ziet de mens hoofdzakelijk als een met een onsterfelijke ziel uitgerust wezen. Het tijdstip waarop die eerste, met een onsterfelijke ziel uitgeruste mensen voorkomen, laat zich wetenschappelijk niet bepalen want de ziel, als het door God gegeven onsterfelijke leven, is voor wetenschappelijk onderzoek niet toegankelijk. De op mensen gelijkende voorlopers, die voor die tijd al dan niet zouden hebben bestaan, waren dus niet uitgerust met een onsterfelijke ziel. Het verhaal in de Bijbel over het eerste van een ziel voorziene mensenpaar Adam en Eva toont op heel aanschouwelijke wijze dat de mensen direct in zonde gevallen zijn. Ook dit verhaal zou beeldende elementen kunnen bevatten, maar ik raad iedereen aan om niet te zeer te gaan analyseren wat woordelijk of letterlijk, dan wel beeldend begrepen moet worden. Dat brengt ons in het geloof niet verder.

Nog een afsluitende opmerking: de vragen die ik hier aangesneden heb, zijn voor het bereiken van ons geloofsdoel niet doorslaggevend. Maar wij moeten als kerk een duidelijk standpunt vertegenwoordigen. Het is niet nodig en ook niet zinvol om ons in conflict te brengen met wetenschappelijke resultaten.

Met hartelijke groeten,

Wilhelm Leber

Woord van de maand

Wij zijn er voor jullie!

(Juni 2019) Onlangs hebben in veel gemeenten jonge christenen hun confirmatiegelofte afgelegd en de zegen van... [meer...]