Woord van de maand

Gods fundament bestaat!

Februari 2010

In de tijd van de eerste Apostelen waarschuwde Jezus voor degenen, die zouden zeggen: “Kijk, dit is de Messias,” of “Daar is Hij,” – daaraan moeten we geen geloof aan hechten. Maar waar is de Heer dan wel te vinden? Wat zijn er de kenmerken en herkenningstekenen voor, dat God werkt? Een aanwijzing daarvoor is, dat de Heer de Zijnen kent en zich tot diegenen bekent, die op dat fundament staan. Dit fundament van God bestaat – schrijft Apostel Paulus aan Timoteüs. In de Heilige Schrift is menige aanwijzing te vinden, dat er geen ander fundament is dan er al ligt: Jezus Christus zelf. Op een andere plek spreekt Apostel Paulus over het fundament van de Apostelen en Profeten. Daar is de gemeente des Heren op gebouwd: op Christus, de Apostelen en de Profeten. Wat er zich ook maar aan toestanden kunnen voordoen die ons belagen, Gods fundament is onveranderd en zal ook onveranderd blijven. Net zolang, tot het de Heer behaagt om Zijn werk te voleinden. Ook Zijn gemeente, gebouwd op Gods fundament – op Jezus Christus en de Apostelen en Profeten – geeft de Heer niet op; zij is echter vast gegrondvest en blijft dat ook in de toekomst. Dat is een kwestie van God: Hij weet wie Hem toebehoren, die op dit fundament staan, en laat zich steeds weer beleven.

Maar dan nu onze kant. Apostel Paulus schrijft verder aan Timoteüs: “Laat ieder, die de naam van de Heer noemt, onrecht uit de weg gaan.” Met andere woorden: de Heer verwacht, dat diegenen, die op dit hier beschreven fundament staan, ook Zijn wil proberen te doen en al datgene opgeven, wat niet in overeenstemming is met de wil van God. Naar Zijn wil proberen te leven betekent: het kwade mijden en zich verre houden van datgene, wat uit bronnen van andere geesten komt. Hier moeten we het ontbrekende vertrouwen in de Heer noemen. Dat is onrechtvaardig in Gods ogen. Hij heeft zich tot ons geneigd, Hij maakt zich aan ons bekend, Hij bekent zich tot ons. Wanneer het ons dan aan vertrouwen ontbreekt, komt dat niet overeen met Zijn wil. Dat moeten wij dus uit de weg gaan en ons vertrouwen op de Heer vestigen. Het tweede dat niet overeenstemt met Gods wil is liefdeloosheid. Wanneer wij liefdeloos handelen, is dat onrechtvaardig in de ogen van God. Ook dat moeten wij opgeven en in plaats daarvan handelen vanuit de liefde. Daarmee trekken we Gods welgevallen naar ons toe. Ten derde wil ik overdreven egoïsme noemen. Je hoort de mening wel eens, dat men zich niet voor de Heer hoeft in te zetten, het gaat allemaal wel vanzelf. Dat kan ook niet met Gods wil overeenstemmen. Ga het onrecht uit de weg en dien de Heer. Dat zijn drie positieve raadgevingen. En wanneer wij die opvolgen, kunnen wij de Heer ervaren: onvoorwaardelijk vertrouwen in Hem en Zijn leiding, de naaste met een hart vol liefde tegemoet treden en de Heer met vreugde dienen.

Wie het onrecht uit de weg gaat en ernaar streeft om Gods wil te doen, die kan ervaren dat de Heer zich aan hem bekent. Maar we moeten er zelf de voorwaarden voor scheppen en met een daarmee overeenkomend geloof de dingen aanpakken. Wij staan op Gods fundament en op dit fundament gaan we huiswaarts en op dit fundament zullen we dan de eeuwige heerlijkheid beërven.

(uit een dienst van de Stamapostel)

Woord van de maand

De beste plaatsen

(Augustus 2019) Vergelijkende testen zijn in de nieuwsmedia immens populair en behoren tot de meest gelezen en... [meer...]