Woord van de maand

Hoe moeten wij de Heilige Schrift begrijpen?

Maart 2009

Ik heb met betrekking tot het thema “Hoe moeten wij de Heilige Schrift begrijpen” de laatste tijd enkele brieven ontvangen. Ik neem dat als aanleiding om hier in beginsel iets over te zeggen.

In 2 Timoteus 3 vers 16 en 17 wordt op de betekenis van de Heilige Schrift – hier in engere zin doelend op het Oude Testament – geattendeerd: “Elke schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen, en om op te voeden tot een deugdzaam leven, zodat een dienaar van God voor zijn taak berekend is en voor elk goed doel volledig is toegerust”.

De gehele Heilige Schrift – dat kan hieruit worden opgemaakt – is door God ingegeven, dus door de Geest van God geïnspireerd. Dat betekent echter niet, dat wij de Heilige Schrift letterlijk moeten opvatten: wij geloven niet dat ieder woord in de Bijbel door God werd gedicteerd. Tegelijkertijd staan wij echter terughoudend tegenover de historisch kritische methode. In het bijzonder waar het erom gaat geschiedenissen te “mythologiseren” en aan wonderen een verstandelijke verklaring te geven. Daarmee zouden wij wezenlijke standpunten van ons geloof aantasten, dus wijzen wij een dergelijke manier van interpreteren af.

Als wij zeggen dat de Schrift door de Heilige Geest is geïnspireerd, drukken wij daarmee onze overtuiging uit, dat de Bijbel alle kennis in zich heeft die voor het verkrijgen van de eeuwige gemeenschap met God en het bereiken van het doel van ons geloof nodig is.

Voor wat betreft het Oude Testament moet men constateren dat veel dingen zeker symbolisch en metaforisch [beeldspraak] geïnterpreteerd moet worden. Dat betreft in het bijzonder het scheppingsverhaal. Als wij daar lezen: “dat de Heer hem [de mens] uit stof, uit aarde, vormde en hem “levensadem in de neus blies”, dan gaat het hierbij om een beeldende uitdrukkingswijze, die niet woordelijk kan worden genomen. Zo gaat het met het hele scheppingsverhaal. Dus hoeven wij ook niet in conflict te komen met de natuurwetenschappelijke kennis. Zoals al een keer uitvoerig beschreven is, staat het Bijbelse scheppingsverhaal niet in tegenspraak met de kennis van de evolutieleer. Daarbij beoordelen wij niet, in hoeverre de evolutieleer daadwerkelijk alle ontwikkelingen binnen de geschiedenis van de natuur voldoende en ondubbelzinnig duidelijk maakt, dat is een zaak van de natuurwetenschap.

Ook andere berichten uit het Oude Testament zijn zeker symbolisch of metaforisch te interpreteren, zoals bijvoorbeeld de geschiedenis van Job. Als er wordt gesproken dat op een dag “de hemelbewoners hun opwachting maakten bij de Heer”, waarbij ook Satan onder hen was (vgl. Job 2:1), dan moet dit verhaal symbolisch worden uitgelegd. Het is niet voor te stellen dat God een conferentie met de duivel houdt. Desondanks is dit verhaal voor ons leerzaam en dient tot versterking van ons geloof; het vindt zijn oorsprong in de inspiratie door de Heilige Geest.

Met betrekking tot de verklaringen in het Nieuwe Testament betreffende de wonderen van Jezus, Zijn opstanding en hemelvaart stel ik vast, dat het bij deze gebeurtenissen om daadwerkelijke geschiedenissen handelt. Dat is fundamentele inhoud van ons geloof, die niet mag worden gerelativeerd.

Overigens is er ook in het Nieuwe Testament een boek, dat een uitgesproken beeldend of symbolisch karakter draagt: de Openbaring van Johannes. Beeldend zijn daarin ook de uitspraken met betrekking tot het duizendjarig vredesrijk. Als er over deze tijd geschreven staat, dat Satan gebonden is, dan is de concrete betekenis van deze uitspraak nauwelijks te overzien. Ik interpreteer dit als een aanwijzing dat de geest die God tegenwerkt geen macht meer zal hebben. Men kan echter niet veronderstellen dat er geen zonde en geen dood meer zal zijn. Ook de profetie van Jesaja in het Oude Testament, in zoverre zij deze tijd betreft, kan niet woordelijk worden genomen. Het gaat om een beeldende wijze van voorstelling.

Ondubbelzinnig – en daardoor niet beeldend – verschijnt voor deze tijd de uitspraak, dat Jezus Christus zal regeren.

Afsluitend wil ik nog het volgende benadrukken: volgens ons nieuw-apostolische geloofsinzicht is het aan het apostelambt gegeven om de Heilige Schrift uit te leggen. Dat betekent niet, dat het niet verrijkend zou zijn als gelovigen de Bijbel kunnen lezen. Maar het is aan het apostelambt gegeven om de Heilige Schrift uit te leggen, te verklaren en voorschriften in het geloof te geven. Daar worden de Bijbelteksten mee in verband gebracht, want overaccentuering van op zich staande uitspraken kan tot verkeerde conclusies leiden.

In zoverre mijn uiteenzetting met betrekking tot het thema “Hoe moeten wij de Heilige Schrift begrijpen.”

 

Wilhelm Leber

Woord van de maand

De ware rijkdom

(April 2019) Met grote kracht, aldus meldt Lucas in Handelingen, getuigden de apostelen van de opstanding van de... [meer...]