Woord van de maand

Gedachten bij het Dankfeest voor de oogst

Oktober 2008

De meeste feesten van het volk van het oude Verbond hielden verband met de oogst. Men bedankte God voor de aardse gaven. Zo wordt het duidelijk, dat uitzaaiing, groei en oogst niet vanzelfsprekend en ook geen prestaties van de mens zijn, maar veeleer onderworpen zijn aan Gods werken in de natuur. In dit verband denken we aan het mooie psalmwoord: “Hoe talrijk zijn Uw werken, Heer. Alles hebt U met wijsheid gemaakt, vol van Uw schepselen is de aarde” (Psalm 104: 24).

Wanneer wij God al voor de natuurlijke gaven bedanken, hoeveel meer zouden wij Hem voor de geestelijke gaven, de heilsmiddelen bedanken, die Hij ons ten deel laat vallen! Deze van dankbaarheid vervulde instelling komt tot uitdrukking in een intensief gebedsleven, geloofsgehoorzaamheid en uiteindelijk in de overeenkomstige daden. Daarbij horen de natuurlijke offergaven, die wij in het huis des Heren brengen, bij. In zekere zin volgen wij hierin het voorbeeld van het Israëlitische volk, dat de Heer op vele manieren offers bracht.

De betekenis van het offer is in vergelijking met het Oude Verbond fundamenteel veranderd. Wij maken heel duidelijk verschil tussen de offergaven, waarin wij onze dankbaarheid tot uitdrukking brengen en het algehele offer dat heil verschaft en waardoor wij leven. Dit offer heeft Jezus Christus gebracht. Onze dankbaarheid geldt vooral het offer dat God voor ons bracht.

Sta er eens bij stil, hoe verstrekkend het offer van Jezus is. Zelfs in de wereld aan gene zijde valt verlangende zielen daaruit nog heil ten deel.

Het komt diegenen ten goede, die ons in het geloof vooruitgegaan zijn, en zelfs al diegenen, die de aarde hebben verlaten zonder verlost te zijn. Dit geloof maakt ons blij en dankbaar. Daarom is het ook helemaal niet verkeerd, om bij een dankoffer ook onze dank in te sluiten voor Gods offer waardoor aan gene zijde heil gebracht kan worden – zoals het in verschillende gebieden van de nieuw-apostolische wereld gebeurt.

Want pas dan wordt de dank tastbaar, wanneer wij ons bewust worden wat wij zelf aan goeds uit Gods hand hebben ontvangen. In zijn engere betekenis is de dankbaarheid tot God een individueel antwoord op wat Hij voor ons gedaan heeft en nog doet. Daaruit volgt, dat wij niet voor een ander dankbaar kunnen zijn. Uiteindelijk kunnen wij ook geen dankoffer voor anderen brengen, ongeacht of zij tot de doden of de levenden behoren. Deze gedachte mag aanvankelijk een beetje verwondering wekken als men aan de bijbelse geschiedenissen denkt. Inderdaad – in het Oude Testament wordt betuigd, dat offers gebracht werden voor levenden en ontslapenen. Van Job wordt bericht, dat hij plaatsvervangend een brandoffer bracht, omdat hij dacht: “Misschien hebben mijn kinderen wel gezondigd…” (uit: Job 1:5).  Over een offer voor ontslapenen lezen wij in 2. Makkabeeën 12: 39-46. In beide gevallen gaat het echter om offers voor mogelijke of daadwerkelijke misstappen, niet in de ware zin om dankoffers. Nog een keer moet worden gezegd, dat het dankoffer ons individuele antwoord is op de ervaren weldaden en ontvangen gaven van God. Laten we daaraan houden en handelen naar het refrein van een lied: “Tel Gods liefdedaden …”

Uw,

Wilhelm Leber

Woord van de maand

Christus maakt vrij!

(Januari 2020) Geliefde broeders en zusters, Hopelijk kunt u terugkijken op een goed jaar! Het is mijn wens dat u... [meer...]