Woord van de maand

Vernieuwing

Maart 2008

Vernieuwing speelt in de natuur een bijzondere rol. ’s Winters is de natuur kaal en het leven lijkt te zijn gestorven. Maar in het voorjaar komt er een vernieuwing: dan ontwaakt alles tot nieuw leven. Vernieuwing is een continu proces, het gebeurt elk jaar.

In de Heilige Schrift wordt het begrip vernieuwing vaak gebruikt door Apostel Paulus. Vernieuwing heeft iets te maken met boete doen en verandering van mening: “U moet uzelf … veranderen door uw gezindheid te vernieuwen.” Op een andere plaats staat een woord van dezelfde strekking: ons uiterlijke bestaan gaat verloren – dat is de wet, die wij allen kennen, maar ons innerlijke bestaan wordt van dag tot dag vernieuwd – dat is het motto; daaruit zou ik willen afleiden: vernieuwing van de innerlijke mens van dag tot dag – dat moet onze opgave zijn.

Wat vernieuwd moet worden, is op de eerste plaats de afstemming op de dag des Heren. Het moet niet zo zijn, dat we ons daar een keer op gericht hebben – en denken, dat het voor altijd zo blijft. Wanneer we daarin verzwakken, gaat het dagelijks bergafwaarts. En dan raken we op een zodanige manier verstrikt in de natuurlijk dingen, dat we geen tijd meer hebben voor de Heer.

Een tweede punt is, dat de zekerheid “Onze Heer komt!” in ons hart staat. Ook die blijft niet automatisch

Een derde zaak, die vernieuwd moet worden, is de vreugde aan de Heer en Zijn werk. Allerlei dingen kunnen op ons af komen en op een bepaald moment stellen we vast, dat we geen vreugde meer hebben. Dus moet de vreugde in de Heer vernieuwd worden. Hoe doen we dat? Wanneer we meewerken in het werk des Heren en er middenin willen staan. Beslissend is, dat we trouw zijn en doen wat we kunnen, er middenin staan, steeds weer vernieuwing praktiseren.

De vrede in ons hart moet vernieuwd worden. Wie zou al kunnen beweren, dat hij altijd vrede in zijn hart heeft? Er zijn veel storende factoren, die ons de vrede ontroven. Men heeft zich aan dit of dat geërgerd. Hoe kunnen we de vrede vernieuwen? De beste manier is de dienst: het woord des Heren en de genade in ons opnemen, dat geeft vernieuwing.

De wil om te overwinnen moet vernieuwd worden. Daarbij moeten we ons losmaken van het een of ander, dat ons belast.

Ook de gemeenschap moet vernieuwd worden. Elke gemeenschap kent bepaalde wisselvalligheden. Het komt soms voor, dat de stemming zodanig gedaald is, dat de vreugde weg is, dat het samengaan vertroebeld is. Tenslotte nog een laatste punt van vernieuwing: de wil van datgene af te geven wat we ontvangen hebben, getuigenis brengen dus. Dat moet vernieuwd worden. Het is nog altijd verbazingwekkend, hoeveel mensen nog aanspreekbaar zijn. Of zij nadien werkelijk ook komen, of daarna werkelijk blijven, of zij dan daadwerkelijk verder de gemeenschap vormen – dat is een andere vraag. Dat is een beslissing, die ieder zelf moet nemen.

Krachtbron voor vernieuwing is de heilige Geest. In de ecologie bestaat er een interessant begrip: vernieuwbare energie. Tien jaar geleden kende nog niemand dat begrip, maar nu heeft iedereen het in de mond. Vernieuwbare energieën brengen steeds weer nieuwe energie voort, zonder dat er iets van bouwstoffen verbruikt wordt. Zoals bij wind en water, daar is het mogelijk om zulke krachten steeds weer toe te passen. De heilige Geest is ook een vernieuwbare energie. Daar wordt niets verbruikt. Waar de heilige Geest regeert, daar is genoeg kracht voor vernieuwing. Daar willen we gebruik van maken en zo verstandig zijn om ons innerlijk op die manier door vernieuwing te veranderen.

(uit een dienst van de Stamapostel)