Woord van de maand

Licht van de Geest

November 2007

In de Bergrede heeft elke letter zijn waarde. De woorden van Jezus daarin zijn tijdloos. Zijn aanwijzingen waren tot het volk gericht, maar enkele golden bijzonder voor de jongeren van de Heer: “Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel.” Wanneer wij dat woord op onszelf betrekken, kan men dat ook anders zeggen: Laat uw licht lichten voor de mensen, opdat zij Gods werk kunnen erkennen! Laat uw licht lichten voor de broeders en zusters, opdat de gemeente sterk wordt! En dat alles, om onze Vader in de hemel te prijzen. Iedere broeder en iedere zuster moet licht geven in deze donkere tijd. Het licht dat moet lichten, komt uit de Heilige Geest. Het heeft vele aspecten, waarvan ik er een paar zou willen noemen.

Dan noem ik eerst het licht van het geloof. Ieder moet een licht van het geloof zijn, waarop allen zich kunnen oriënteren – aan de ene kant onze broeders en zusters, aan de andere kant degenen, die de Heer nog niet gevonden hebben. Slechts een sterk geloof geeft licht. In het geloof ligt een grote kracht om te kunnen stralen, maar dat moet wel gebruikt worden: in elk gesprek, waarin het over verzorging van de ziel gaat of wanneer mensen worden uitgenodigd.

Het tweede, wat ik zou willen noemen, is het licht van het vertrouwen in God. Wanneer wij met broeders of zusters spreken, wanneer ambtsbroeders een bezoek brengen, als wij kunnen troosten, dan moet altijd weer doorschemeren, dat wij een grenzeloos vertrouwen in God hebben. In dit verband heeft de Heer Jezus erop gewezen, dat men het licht niet moet verbergen; het moet helder schijnen. Het geloof en het vertrouwen in God moeten in de wijde omtrek licht geven en voor iedereen zichtbaar zijn.

Als derde noem ik het licht van de liefde. Ware liefde toont zich wanneer wij geen onderscheid maken. Mensen liefhebben, waarmee je heel goed kunt opschieten, die je sympathiek vindt, is niet moeilijk. Maar het licht van de liefde toont zich juist dan, als wij ook diegenen liefhebben die wij niet zo sympathiek vinden, die misschien een beetje moeilijk zijn, die andere gedachten koesteren dan wij. Geen onderscheid maken onder broeders en zusters, dat is belangrijk, want zij zijn allen kinderen van God, die wij gelijkelijk moeten liefhebben.

Heel dicht bij de liefde ligt de barmhartigheid, eveneens een mooi licht. Ook dat licht van de barmhartigheid moet helder schijnen. Hierbij denk ik aan de zondagen waarop wij de ontslapenen gedenken. Mijn blik richt zich op de zielen in de wereld aan gene zijde die niet verlost zijn. Wanneer wij het licht van barmhartigheid daarheen laten schijnen, dan wordt voor hen de weg naar het altaar begaanbaar en zullen velen in staat zijn om de sacramenten te ontvangen en rust te vinden voor hun zielen. Daarom moet dus ook het licht van de barmhartigheid helder gloeien, het mag niet doven.

Verder noem ik nog het licht van de hoop. Wij dragen de vaste hoop in ons hart dat onze Heer komt! Dat moet glanzen in ieder gesprek, dat overstraalt ons handelen; het wordt uiteindelijk in elke dienst opnieuw aangestoken. Laat dit licht nog meer branden. Wij maken deze hoop zichtbaar: onze Heer komt, en wel spoedig. Zouden wij deze hoop opgeven, alleen maar omdat we al enkele jaren wachten?                                      

(Uit een dienst van de Stamapostel)