Woord van de maand

Troost door een woord uit de Psalmen

Juli 2007

Als ik diegenen aanspreek die zorgen hebben, die moeilijke momenten moeten meemaken en naar goddelijke troost uitzien, dan wijs ik graag naar een woord uit de Psalmen: “De Heer is mijn Herder, het ontbreekt mij aan niets. Hij laat mij rusten in groene weiden en voert mij naar vredig water. Hij geeft mij nieuwe kracht. (Luth. vert.: Hij verkwikt mijn ziel)” Deze prachtige 23e psalm van Koning David wordt dikwijls gebruikt bij een confirmatie of bij andere diensten waar een zegen wordt afgedragen. Hij is bijna gemeengoed geworden.

David heeft overigens ook over heel andere ervaringen geschreven. Hij kende ook andere gevoelens, buiten een sterke geloofszekerheid en het beleven van geborgenheid in de hand van God. Zo staat er juist in een psalm van hem ervoor geschreven: “Mijn God, mijn God waarom heeft U mij verlaten? U blijft ver weg en redt mij niet ook al schreeuw ik het uit. “Mijn God!” roep ik overdag, en U antwoordt niet, ’s nachts, en ik vind geen rust.” Bittere woorden, die niet goed schijnen te passen bij de uitspraak: “De Heer is mijn Herder, het ontbreekt mij aan niets.” – Aan de ene kant dus een sterke geloofszekerheid en aan de andere kant een jammerklacht.

Zo zeker als het menigmaal schijnt, is David zijn weg niet gegaan. Ook hij heeft donkere momenten gehad; ook hij kende toestanden van onzekerheid waarin hij door sombere gedachten werd geplaagd. Maar dat heeft er niets aan veranderd dat hij een gezegende en een geliefde van God was.

Ook wij maken ogenblikken mee waarin we dankbaar en blij zijn, waarin wij zouden willen jubelen: “De Heer – Mijn Herder!” Maar er zijn ook dagen waar men zich afvraagt: “Mijn God, heeft U mij dan verlaten?” Dan is er nood, zijn er zorgen, ja zelfs twijfel. Maar nu komt het mooie: dat echter verandert er niets aan dat wij Gods kinderen zijn, dat de Heer ons lief heeft en ons wil voleindigen. Deze wetenschap, deze ervaring geeft ons zekerheid en die laten wij ons niet ontnemen.

Laten wij dus niet moedeloos worden, als wij eens aan zorgen en omstandigheden worden bloot gesteld en lasten te dragen hebben. Denken wij er toch aan: David en de getuigen van het geloof uit het oude verbond hebben het niet makkelijker gehad dan wij! Ook zij hebben gestreden, waren vertwijfeld, hadden dagen waarin ze terneergedrukt waren en de zorgen hen te machtig werden. Het is niets ongewoons dat ook wij door zulke omstandigheden heen moeten; maar laten wij ons daaraan vast houden: wat er ook gebeurt, de Heer staat ons bij! Wij zijn Zijn eigendom. Wie zelfs onder aanvechtingen de Heer trouw blijft en op Hem bouwt, wie er naar streeft om de wil van God te doen, die zal ook waardig worden bevonden op de waarachtig grote dag waarop Christus wederkomt, het begin van de eeuwige zaligheid.

(uit een dienst van de Stamapostel)