Woord van de maand

Paaszegen

April 2007

De Heer is opgestaan! – “Christus leeft, en met Hem ook ik“ zo kunnen we in één van onze koorliederen lezen. De opstanding van Jezus, zoals deze in de Heilige Schrift wordt beschreven, stond in verband met verschillende gebeurtenissen die zich aan de zijlijn afspeelden. Deze zijn voor ons betekenisvol en hebben ons één en ander te zeggen.

Bij het lezen van de Paasgeschiedenis, viel mijn blik op de passage, waar Maria van Magdala naar het graf van Jezus kwam en daar vaststelde: het is leeg! Ze was wanhopig, zag toen iemand die ze voor de tuinman hield en zei tegen hem: “Als u Hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u Hem hebt neergelegd, dan kan ik Hem meenemen.” Hiermee bracht zij tot uitdrukking hoe zeer ze de Heer lief had. Toen maakte de ogenschijnlijke tuinman zich kenbaar – hij uitte zich met een enkel woord: “Maria!” Deze vertroosting raakte haar diep in haar ziel; het moet voor haar als een balsem zijn geweest toen ze ontdekte: het is de Heer! Wat een vreugde, wat een zaligheid moet het voor deze vrouw zijn geweest, die zo vertwijfeld was omdat ze de Heer niet kon vinden.

Maria van Magdala dacht dus dat het de tuinman was die voor haar stond. Ze kon zich helemaal niet voorstellen dat het de Heer zou kunnen zijn. Haar blik was op het aardse gericht. Pas toen de Heer met dit enkele woord haar ziel beroerde, was zij in staat verder te kijken en de situatie intenser te beleven.

Gaat het er bij ons niet vaak net zo aan toe? Wij zien in de diensten slechts “de tuinman”; de mens. Het is niet vanzelfsprekend dat we gelijk zien: het is de Heer die er achter staat. Wie kijken vaak veel te veel naar het aardse, datgene wat we direct zien. Dan zien we dus de tuinman en juist niet dat  daarachter de Heer werkelijk staat. Zo zou het ook kunnen gaan in de contacten met de broeders dienaren.

Maria van Magdala ging na deze ontmoeting naar de jongeren en vertelde: “Ik heb de Heer gezien ”, en ze vertelde alles wat Hij tegen haar gezegd had. Daar werd niet meer over een tuinman gesproken. – Hoe zegenrijk is het als we met de dienaren spreken of als we uit de dienst komen en dan kunnen zeggen: “ik heb de Heer gezien en niet alleen een mens.” Wanneer we allerlei situaties moeten meemaken, misschien ook wel situaties die ons niet bevallen – dan is het goed zelfs daarin de Heer te erkennen. Dat vereist een bijzonder zienswijze. Daarvoor heb je een ontvankelijke ziel nodig, om je door het woord van de Heer te laten beroeren. Jezus Christus hield tegen Maria geen lange toespraak. Eén enkel woord was voldoende om haar de ogen te openen.

Laten wij toch ook ontvankelijk zijn voor de werkzaamheid van de Heer, haar zelfs in eenvoudige woorden ervaren en onze ziel openen met het vaste geloof: het is de Heer! Dat is Pasen: dat je de Heer in Zijn Werk erkent, in gesprekken met je zegendragers, in de dienst en bij familiebezoeken. En dan kan je getuigen: ik heb de Heer gezien, en Hij heeft me aangesproken. Uit elke dienst, uit elke ontmoeting met de broeders dienaren, moeten we datgene wat de Heer tot ons zegt meenemen.

Ik weet zelf ook goed dat de dienaren zwakke punten hebben en fouten maken. Ook moeten we soms beklemmende situaties meemaken. Maar als we kunnen zeggen: “Ik heb de Heer gezien”, dan zal dat ons zegen brengen. Dat is Paaszegen.

(Uit een dienst van de Stamapostel)

 

Wij wensen alle lezers een gezegend Paasfeest.