Woord van de maand

„Zie, ik kom haastig!“

December 2006

In de Openbaring van Johannes staat er een zin die meerdere facetten in zich draagt en die op een directe wijze naar de wederkomst van Jezus Christus wijst: “Zie, ik kom haastig, en mijn loon met mij, om ieder te geven gelijk zijne werken zullen zijn.“ (Openbaring 22:12).

Het begint met het woordje „Zie!“ Dit woord komt vaak voor in de Heilige Schrift. Het is een aansporing om bijzonder goed op te letten, bijzonder waakzaam te zijn om de zaken die om ons heen gebeuren, op een bijzondere manier waar te nemen.

Bij de geboorte van Jezus Christus verschenen de engelen aan de herders en brachten de boodschap: „Zie, ik verkondig u grote vreugde, u is een Heiland geboren.“

Johannes de Doper zei tot de Heer Jezus: „Zie, het Lam Gods, dat de zonde der wereld draagt!“.

 Dit zijn bijzondere, markante, krachtdadige woorden die veel gewicht hebben. De Heer Jezus heeft gezegd: „Zie, ik heb het u voorzegd.  Ook nu weer dit „Zie“. Zie toch de dingen in het goddelijke licht is de vermaning die daarachter staat. Of hoe mooi is de toezegging die Hij aan Zijn Apostelen heeft gegeven: „Zie, ik ben bij u alle dagen tot aan ’s werelds einde.“ Ook hier een aanwijzing: zie toch wat de Heer doet.

„Zie, ik kom haastig!“ – Kijk naar de omstandigheden. De Heer komt! Dat is voor eens een vast geloof. De omstandigheden spitsen zich toe, wij gaan gestaag de dag van de Heer tegemoet.

Wanneer wij in het algemeen kijken naar het christendom, dan wordt dat steeds minder. Niet alleen in uiterlijke kentekenen, niet alleen in het aantal mensen die het christelijk geloof belijden, maar ook in de betekenis van wat het geloof betekent voor de christenen. Het christen-zijn speelt steeds minder een rol in het leven van de mens. De kerken worden vandaag – tenminste in ons gedeelte van de wereld – als instituties beschouwd die men min of meer met wantrouwen bejegent. Zie toch hoe tegenwoordig de omstandigheden zijn! Ik zie daarin het teken dat alles zich toespitst en aandringt naar de dag des Heren.

En hoe is het met ons?

Zie toch dat het ook moelijker wordt om het geloof te behouden. Dat merken we toch in ons leven? Het is niet meer zo gemakkelijk om op de weg te blijven; er zijn veel invloeden . Steeds meer begrijp ik de volgende woorden van de Heer Jezus: „Doch wanneer des Mensen Zoon komen zal, zal hij ook het geloof vinden op de aarde?“ (Lukas 18:8).  Deze vraag is zeer wel gerechtvaardigd!

De Heer komt! Dat is onontkoombaar. Dat is toch onze troost, onze vreugde, want wij wachten uiteindelijk daarop. Niemand kan met zekerheid zeggen: de Heer komt in vijf dagen. Geen mens kan deze datum noemen. Dat is ook goed. Hoe langt het duurt is alleen voorbehouden aan de almacht van God. – Echter: „Zie, ik kom haastig” Zoals de omstandigheden zich toespitsen, dat willen wij zeker goed onderkennen en met het hart opnemen.

(Uit een dienst van de Stamapostel)

 

[Bijbelteksten: Lutherse vertaling, 1906]