Woord van de maand

Aan de gemeente

Juni 2006

Apostel Paulus schrijft in een van zijn brieven: “En alwat gij doet, doet dat van harte, als de Heer, en niet de mensen …; want gij dient de Heer Christus!” (Kolossers 3:23-24) De Apostel vat hiermee zijn betoog over het christelijke gezin samen, waarbij hij de gezinsleden (de vrouwen, de mannen, de kinderen …) een voor een aanspreekt. Het voorbeeld van de Apostel volgend, wend ik mij tot de leden van de godsfamilie met de conclusie: we dienen de Heer Christus en niet een mens! Dat is dienen, zoals het in het werk van God moet zijn.

Dit geldt in de eerste plaats voor de ambtsdragers: als u de zielen die u toevertrouwd zijn bezoekt of u,  lieve Diakenen, als u bij de deur staat en de broeders en zusters ontvangt, weet dan: u dient de Heer Christus en niet een mens!

Geliefde dirigent, als u met het zangkoor een of ander lied instudeert maar er lukt iets niet en u bent teleurgesteld omdat hetgeen wat u zich hebt voorgenomen niet gerealiseerd wordt, bedenk dan: u dient de Heer Christus en niet een mens!

Geliefde broeders en zusters, als u in het werk van God uw gave in het zangkoor of in het onderwijs inzet: u dient de Heer Christus!

Geliefde zusters, als u veel verplichtingen en taken in uw gezin en in het huishouden vervult wat ook uw man zou kunnen doen, maar daardoor uw man de gelegenheid geeft om zijn arbeid in het werk van God te kunnen verrichten, dan is dat een grote dienst in het werk Gods. Ik laat het me niet ontnemen om dit te zeggen! U allen dient daarmee de Heer Christus. Deze wetenschap verschuift de perspectieven van onze zienswijze en laat ons vanuit een heel bijzondere overtuigingskracht werken.

Als men in het werk van God iets doet of een beslissing neemt, moet men zich natuurlijk altijd afvragen: dien ik hiermee echt wel de Heer? Dat doen we niet als onze motivatie de realisering van eigen ideeën of belangen is, maar alleen als zij van bovenaf komt.

Hierbij een voorbeeld: men heeft plotseling een idee, wil dat in daden omzetten, ergert zich misschien zelfs als anderen dat niet zo zien of het er niet mee eens zijn, en dan wil men met alle geweld zijn zin doordrijven. Zo kan het in het werk van God niet gaan! We dienen de Heer; Hij geeft de doorslag! Zijn wil is beslissend en daar willen we ons altijd naar richten.

Ik wil in dit verband ergens op wijzen, wat ik zo hier en daar waarneem. Menigeen koestert de gedachte, dat de Nieuw-Apostolische Kerk een beetje vernieuwd zou moeten worden. Men denkt enkele ideeën te kunnen aandragen. – Ik ga ervan uit, dat dit goed bedoeld is. Maar daarmee is iets fundamenteels in tegenspraak: we dienen de Heer en niet de mens! En dan gaat het niet om menselijke gedachten en ideeën die men graag zou willen inbrengen, maar dan gaat het er altijd om, zich naar de Heer te richten.

Laat niemand dit verkeerd begrijpen: als er in de gemeente dingen gebeuren die niet in overeenstemming zijn met de goddelijke wil, mag men iets zeggen. Maar als men zich als een echte broeder en zusters gedraagt en zich tot de Heer richt, doet men dat op een andere manier dan koppig zijn zin te willen doorzetten.

Geliefden, neem dat als een raad aan en probeer ten uitvoer te brengen: “Alwat gij doet, doet dat van harte, als de Heer.” De uitbetaling van het loon komt van Hem, van niemand anders.

(uit een dienst van de Stamapostel)

Woord van de maand

Een zaak van bewogenheid

(September 2019) Wie een gebed uitspreekt, wil iets in beweging brengen. Wanneer we God in ons gebed deelgenoot... [meer...]