Woord van de maand

Wat is Uw werk?

April 2006

In het laatste hoofdstuk van de Openbaring van Johannes onderstreept de Heer nadrukkelijk de belofte van Zijn spoedige komen met de woorden: "Zie, Ik kom haastig, en Mijn loon met Mij, om ieder te geven gelijk zijn werken zullen zijn." (Openbaring 22:12). Het woord "loon" moet hier niet verstaan worden in die zin, dat wij ons door werken een recht op de eeuwige gemeenschap met de Heer zouden kunnen verwerven. Wat bedoeld wordt met "loon" wordt tot uitdrukking gebracht met de woorden die God eenmaal tot Abraham richtte: "Vrees niet Abram, Ik ben uw schild en uw zeer groot loon." (Genesis 15:1). - De Heer zelf zal ons "Loon" zijn! Dit loon kan niemand verdienen. Want wij zijn allemaal zondaren en zouden met onze werken niet voor God kunnen bestaan. Zo'n loon wordt alleen door genade, niet door verdienste, door "werken" verkregen. Des te meer verwondert het, dat het in de Openbaring, in dit woord van de Heer, om werken gaat. Zouden die dan toch aan het einde een rol spelen?

In de Griekse tekst staat hier niet het meervoud, maar het enkelvoud; daar is sprake van "het werk": "... een ieder te geven, zo zijn werk is", zo staat er woordelijk. Daaraan kan men zien waar het om gaat. Niet om de werken die men in de loop van zijn leven volbrengt. Het gaat om de som van de werken, om het "levenswerk", dat aan het einde ons bestaan op aarde uitmaakt.

Wat was het levenswerk van Mozes? De som van zijn leven was zijn trouwe dienst als knecht van God. Niet de afzonderlijke daden, die de Heilige Schrift ook noemt: dat hij een mens gedood heeft, dat hij God ongehoorzaam was, die maakten aan het einde niet zijn werk uit, maar wel zijn voorbeeldige trouw. Men zou ook Paulus als voorbeeld kunnen noemen. Hij was als apostel een ijveraar voor de Heer! Toch waren er in zijn leven ook andere tijden. Bij de steniging van Stefanus heeft hij met voldoening staan kijken, later zelfs de christenen vervolgd. En toch, de hoofdsom van zijn leven was niet datgene wat in deze tijd geschiedde, maar zijn ijver voor de Heer.

Wat is de hoofdsom van ons leven? Wat staat erboven ons leven wanneer wij het eens vanuit het goddelijk eindoogpunt beschouwen? Wat mooi is het, wanneer men kan vaststellen: dat is een geloofsheld! Hoe mooi is het, wanneer iemand vrede belichaamt, zodat men zeggen kan: een vredeskind! Of wanneer aan het einde staat: hij of zij heeft de Heer met geheel het hart gediend!

Er kan natuurlijk ook iets anders boven ons leven staan. Ik denk aan de rijke landman, waar de Heer in een gelijkenis over sprak. Boven zijn leven stond aan het einde: "Gij dwaas!" (vgl. Lukas 12:20). Met andere woorden: het leven in goddelijke zin ontbreekt! Want hij had alleen maar voor het aardse gezorgd. Er was niets dat bestendig was. - Dat zou een bitter opschrift boven ons leven zijn ...

Wij zouden er dus zorgvuldig op moeten letten hoe wij ons leven leiden. Staat het aardse in het middelpunt van ons bestaan? Worden wij alleen maar in beslag genomen door datgene, dat toch maar achterblijft? Of staat het geestelijke voor ons centraal: ons geloof, het streven om bij de Heer te zijn en waardig te worden voor de grote dag van het verschijnen van de Zoon van God?

Laten we de prioriteiten in ons leven zo stellen, dat ons werk aan het einde het loon verkrijgt dat we ons allen wensen.

(Uit een dienst van Stamapostel Leber)