Woord van de maand

De wolk van getuigen

Maart 2006

De brief aan de Hebreeën spreekt over een "wolk van getuigen" die wij rondom ons hebben (vgl. Hebreeën 12:1). Dat zijn degenen die al aan gene zijde zijn en hun aardse leven allang beëindigd hebben. Het 11e hoofdstuk van de brief aan de Hebreeën noemt velen bij hun namen op, maar ook anderen uit het oude verbondsvolk die wij niet kennen. Ze hebben gestreden, ze hebben bewezen getuigen van het geloof te zijn, maar de voleinding van het werk Gods hebben ze nog niet beleefd. En waarom niet? Omdat de voleinding maar één keer zal plaatsvinden en dat is op de dag des Heren. Op dit ogenblik wachten zij net zoals wij. Ik denk dat zij veel over de ontwikkeling op aarde weten en erop wachten, dat hier voleindigd kan worden. Momenteel is het aantal van degenen aan gene zijde nog groter dan in de tijd van het Nieuwe Testament of van het Oude Verbond. En ook aan gene zijde is het innige verlangen naar de dag des Heren groot. We vormen ten slotte één gemeente voor de Heer uit levenden en ontslapenen en één bruid, die in onze tijd wordt toebereid. Het is een fijn gevoel te weten: degenen die ons in het geloof vooruitgegaan zijn, omringen ons ook als een "wolk van getuigen".

De schrijver van de brief aan de Hebreeën heeft redenen om op de getuigen van het verleden te wijzen: de christenen die hij met zijn brief aanspreekt, dreigen vermoeid te worden en de moed te laten zakken. Hun wordt aangeraden, alles af te leggen wat belast. De schrijver van de brief gebruikt daarbij het beeld van een wedloop. Bij een wedloop zou het dwaas zijn als men zich met zware gewichten zou belasten. Met onze geloofswandel is het net zo. Alles wat ons belast, op-houdt of bindt, willen we afleggen.

Wat ons kan belasten is twijfel, onenigheid, tweedracht, onvrede, onverzoenlijkheid. Bijzonder erg is het, als men zich ergert. Ergernis is weliswaar iets, wat men niet kan tegengaan; het komt op een gegeven moment zomaar ineens boven. Maar als men die ergernis blijft voeden, dan werkt dat belastend en bezwarend. Ergernis komt eigenlijk altijd in een situatie naar boven, als er onbegrip is. Maar als de liefde regeert, vindt de ergernis geen aangrijpingspunt. Dan kan het ook wel eens gebeuren dat men zich ergert - we zijn uiteindelijk mens -, maar als we in liefde met elkaar omgaan, heeft de ergernis op den duur geen kans.

Hoe kan men deze belastingen en alles wat ons bezwaart, afleggen? De brief aan de Hebreeën geeft de belangrijke raad: opzien naar Jezus Christus, de aanvanger en voleinder van het geloof! Als we alleen maar naar de fouten en zwakheden van de dienaren kijken, als we verzuimen naar de mannen die de Heer gegeven heeft, op te zien en hen te aanvaarden als zegenaars, dan is dat een belasting. Als men daarentegen één met hen is, als men een enge verbinding onderhoudt, dan geeft dat verlichting, dan geeft dat zegen en kracht. Waarom dus onnodig bezwaard zijn? Laten we er zorg voor dragen, dat we de lasten kwijtraken, onbelast zijn en zo naar het doel van het geloof vooruitdringen.

We willen elkaar - ook met het oog op de onverlosten aan gene zijde - ondersteunen en de hand reiken, opdat we zo spoedig mogelijk tot de voleinding komen. Het ogenblik zal komen, waarop we verenigd worden met degenen die ons vooruitgegaan zijn, met deze "wolk van getuigen", die ons nu nog omringt.

(Uit een dienst van Stamapostel Leber)