Palmzondag

Palmzondag

Het Pesach (joods paasfeest) herinnert aan de bevrijding van het volk Israël uit de gevangenschap en betekent het hoogtepunt op de joodse feestkalender. Sinds de dagen van koning Josia, omstreeks 600 v. Chr., mag het Pesach niet meer alleen in het gezin worden gevierd. De lammeren (pesachlam) voor het feestmaal in de gezinnen mogen sinds die tijd alleen nog in de tempel van Jeruzalem worden geslacht. Wie geen lam uit de tempel heeft, die kan het Pesach niet op de juiste wijze vieren (vgl. 2 Kon. 23: 21-23).

Ook Jezus wil het pesachmaal in Jeruzalem vieren. Hij stuurt Zijn jongeren vooruit om alles voor te bereiden. Jezus legt hun uit, hoe ze aan een rijdier voor Hem kunnen komen: "Ga naar het dorp dat daar ligt. Zodra jullie er binnenkomen, zul je daar een ezelsveulen vastgebonden zien staan, dat nog nooit door iemand bereden is; maak het los en breng het hier. En als iemand jullie vraagt waarom jullie dat doen, zeg dan: 'De Heer heeft het nodig. Hij zal het meteen weer terugsturen.' Ze gingen op weg en vonden een veulen dat buiten op straat bij een deur was vastgebonden en ze maakten het los" (Marc. 11: 2-4).

De intocht in Jeruzalem

Alles verloopt zoals Jezus had aangekondigd. De Heer rijdt op een jonge ezel Jeruzalem binnen. De mensenmenigte die Hem verwelkomt, zal vermoedelijk voor het grootste deel uit pelgrims hebben bestaan. Zij spreiden hun mantels voor Jezus uit op de weg, strooien palmtakken en roepen Hosanna (vgl. Marc. 11: 7-10). Deze enkele zinnen bevatten alle symbolen die verwijzen naar de Messias.

De palm

Sinds de overwinningen van de Makkabeeën is de palm het symbool voor de onafhankelijkheid van Israël: "Ze droegen met loof versierde stokken, groene twijgen en palmtakken en zongen lofliederen op Hem die hen in staat had gesteld Zijn huis te reinigen" (2 Makk. 10: 7).

Het hosanna

Het 'hosanna' uit Psalm 118: 25 werd waarschijnlijk op het Pesach bij de intocht van de pelgrims in de tempel gezongen. Hosanna is de Griekse spelling van het Hebreeuwse hosji'anna en betekent 'help toch'. Voor de Romeinen en ook voor de joodse hogepriester betekende deze roep een ongelofelijke provocatie. De Romeinen worden aan de zegerijke opstand der Makkabeeën herinnerd, die Israël uit de onderdrukking had bevrijd. En voor de joodse priesters in de tempel betekende het een godslastering, want met de roep wordt gesuggereerd, dat Jezus de Helper en Redder in nood is.

De ezel

Jezus rijdt op een ezel, het rijdier voor arme mensen, Jeruzalem binnen. De profetie van profeet Zacharia, die in de zesde eeuw v. Chr. leefde, gaat daarmee in vervulling: "Juich, Sion, Jeruzalem, schreeuw het uit van vreugde! Je Koning is in aantocht, bekleed met gerechtigheid en zege. Nederig komt Hij aanrijden op een ezel, op een hengstveulen, het jong van een ezelin. Ik zal de strijdwagens uit Efraïm verjagen en de paarden uit Jeruzalem; de bogen worden gebroken. Hij zal vrede stichten tussen de volken. Zijn heerschappij strekt zich uit van zee tot zee, van de rivier tot de einden der aarde" (Zach. 9: 9-10).

Voor de joodse geleerden en invloedrijken moet het er zo uitzien, alsof Jezus de opstand tegen de macht van de priesters zou voorbereiden. Maar ook de Romeinen hebben reden om nerveus te worden: want zo'n feestelijke intocht past alleen de keizer en alleen de keizer wordt met de roep "Kyrie eleison" (Heer, ontferm u) - zeker met "hosanna" geroep bij de stadspoort - ontvangen. Wie aldus in Jeruzalem wordt binnengehaald, lijkt de Romeinse keizer naar de kroon te willen steken. Dat is in de ogen van de Romeinen hoogverraad.

Noch de hogepriester, noch de Romeinse stadhouder Pilatus wil echter ingrijpen en handelend optreden. Voor beiden is het risico van een spontane volksopstand te groot. Dus zoekt men nu naar een mogelijkheid om Jezus door verraad in handen te krijgen. De laatste kans vóór het Pesach is op vrijdag, de dag voordat het Pesach wordt gevierd (vgl. Luc. 22: 3-6).

Palmzondag

Als wij tegenwoordig Palmzondag vieren, volgen wij het gebruik van de christengemeente in Jeruzalem. Al rond het jaar 400 wordt van haar verklaard, dat ze op de Olijfberg samenkomt en in een processie naar de stad afdaalt. De kinderen zouden daarbij palmbladeren en olijftakken in hun handen meegedragen hebben.

Wanneer wij Palmzondag vieren, staat de Heer Zelf in het middelpunt, die volgens het verhaal in de evangeliën voor alle mensen als de Messias en Vredevorst zegt wie Hij is. Dat Zijn bevrijding van Israël veel verder gaat dan elke zuiver wereldpolitieke bevrijdingsdaad, dat moeten ook de jongeren van Jezus erkennen. Jezus is geen machthebber van deze wereld, zoals de vorsten en koningen; Hij is veeleer de Heer, die de dood heeft overwonnen en zal wederkomen in heerlijkheid om de bruidgemeente tot Zich te nemen.

Witte Donderdag – instelling van het Avondmaal

"Witte Donderdag", zo genoemd naar de liturgische kleur van deze dag, was oorspronkelijk de laatste dag van het veertigdaags vasten vóór Pesach en directe voorbereiding op de viering van Pesach.

Het Avondmaal is niet identiek met het pesachmaal. Want het pesachmaal wordt door de hogepriester pas gevierd na de slacht van de lammeren op de voorbereidingsdag. Beschouwen we het verloop: op de vrijdag vóór paaszaterdag is de voorbereidingsdag, waarop alle voorbereidingen getroffen worden, lammeren geslacht en ook wijn en kruiden voor het Pesach worden klaargemaakt. Op de zaterdag wordt het Pesach gevierd. Het hoort zich eenvoudig aan, maar de huidige 24-urige dagindeling lag destijds anders. Vandaag de dag begint een dag op middernacht en eindigt op middernacht en duurt van 0:00 u. tot 0.00 u. (=24 uur). Op de joodse kalender is dat heel anders. Tot op de dag van vandaag begint de dag er 's avonds om 18 uur, met de opkomst van de eerste ster. Derhalve eindigt een dag ook om 18 uur.

De voorbereidingsdag van de joden duurt dus van donderdag 18 u. tot vrijdag 18 u.; vanaf vrijdag 18 u. begint de sabbat - en het officiële pesachmaal. Jezus viert Zijn Avondmaal echter op donderdagavond, op de voorbereidingsdag. Jezus viert het samen met Zijn jongeren als een gemeenschapsmaal en als een maal, dat in nauw verband staat tot Zijn lijden en aanstaande offerdood staat: "En Hij nam een brood, sprak het dankgebed uit, brak het brood, deelde het uit en zei: 'Dit is Mijn lichaam dat voor jullie gegeven wordt. Doe dit, telkens opnieuw, om Mij te gedenken.' Zo nam Hij na de maaltijd ook de beker, en zei: 'Deze beker, die voor jullie wordt uitgegoten, is het nieuwe verbond dat door Mijn bloed gesloten wordt.' (Luc. 22: 19-20)."