Kerstmis

In de wet van Mozes gaf God aanwijzingen voor de feesten die het volk in de loop van een jaar op een bijzonder manier diende te vieren. Daartoe werden gerekend: het Pascha met direct daarop aansluitend het feest der ongezuurde broden, ter herinnering aan de uittocht uit Egypte; het feest van Pinksteren (in het Oude Testament aangeduid als het "wekenfeest", een dankfeest voor de tarweoogst); het Loofhuttenfeest dat enerzijds herinnerde aan de bescherming van het volk Israël tijdens de 40 jaar durende zwerftocht door de woestijn en anderzijds het feest betekende ter afsluiting van de wijnoogst alsook van de dank voor de totale oogst. In de loop der eeuwen voegden de Israëlieten daaraan nog andere feestdagen toe die verbonden waren met bijzondere gebeurtenissen in de geschiedenis van Israël.

Ook de Heer Jezus was van jongs af aan bekend met deze joodse feesten. We lezen, dat zijn ouders hem als 12-jarige jongen hadden meegenomen naar het Paschafeest (Lutherse vertaling: Paasfeest) in Jeruzalem (vgl. Lukas 2:41-43). Op de laatse dag van het Loofhuttenfeest leerde de Heer in de tempel (vgl. Johannes 7:2 en 14). Door de uitvoerige beschrijvingen in de evangeliën weten we dat de Heer Jezus zich bij het feest der ongezuurde broden en tijdens het Paschafeest aan de gewoonten en tradities hield waarmede deze gevierd werden. Hij at samen met de Apostelen het paaslam, nam daarbij het ongezuurde brood en de wijn en zong met de jongeren de lofzang (vgl. Mattheüs 26:17-30; Markus 14:12-26; Lukas 22:1-20).

Op geen enkele plaats in de bijbel lezen we dat Hij zich in negatieve zin heeft uitgelaten over de viering van deze feesten.

Ook alle andere volken hebben, evenals het joodse volk, hun eigen feestdagen. Vermoedelijk kent elk land wel een nationale feestdag die verbonden is aan bepaalde gebeurtenissen. Op welke datum deze feestdag wordt gevierd, is een aangelegenheid van de desbetreffende regering. Vaak gaat het om politieke beslissingen, zoals bijv. de dag waarop een land onafhankelijk is geworden of waarop verschillende staten zich verenigd hebben tot een bondsstaat.

Hoe zijn nu de christelijke feestdagen ontstaan? Eerst is dat het bijeenkomen van de christenen op de eerste dag van de week geweest, waardoor deze dag als feestdag werd aangemerkt: dat was de dag waarop Christus uit de dood was opgestaan. In de loop van de tijd ontstond de behoefte om op bepaalde dagen de bijzondere gebeurtenissen in het leven van Jezus te herdenken. De vaststelling van de desbetreffende data berustten niet op de feitelijke gegevens, maar richtte zich veelal naar de in dit land gebruikelijke feestdagen. Door de uitbreiding van het christendom verscheen dit geloof ook in niet door het jodendom beïnvloedde cultuurkringen. Vanuit deze achtergrond is het te begrijpen dat de gedenkdagen in de eerste christelijke gemeenten niet uniform, dat wil zeggen op dezelfde dagen, werden gevierd.

Geschiedenis van het kerstfeest

Niet anders is het gesteld met het kerstfeest. De dag waarop Jezus als mens werd geboren, is onbekend. Oude bronnen noemen dagen rond 20 mei. Later werd in het Oosten 6 januari als het "feest van de openbaring van Christus" ( = Epifanie; dit verkreeg later een andere inhoud) en uiteindelijk in Rome voor de 25e december gekozen. De oudste verwijzing vinden we in een aantekening van de kroniekschrijver Filokalus, die in het jaar 354 bij de 25e december registreerde: "natus Christus in Betleem iudeae". Over deze datum ontstonden veel conflicten. Omdat 25 december een feestdag was ter ere van de lange tijd als goden vereerde Romeinse keizers, stonden velen afwijzend tegenover deze datum. Daarbij kwam dat in de oude germaanse godsdiensten deze datum behoorde tot de 12 gewijde nachten van de zonnenwende. Daarvan stamt overigens ook de Duitse naam "Weihnachten" af, afgeleid van "ze wîhen nahten".

Overleggingen ter bepaling van de meest geschikte datum, dienen tot niets. Wij vieren het kerstfeest op de daarvoor in de christenheid algemeen aanvaarde dag.

Allerlei gebruiken

Terwijl de heidenen hun feesten vierden, gedachten de christenen hun Heer. Zij vierden dus de christelijk feesten - en dus ook het kerstfeest - in een heidense omgeving. Daardoor hebben heidense gebruiken zich in de loop van de tijd vermengd met christelijke feesten. Veel van deze gewoonten hebben zich tot heden gehandhaafd. In de afzonderlijke landen en culturen verschillen ze vaak sterk van elkaar.

Wijdverbreid is het gebruik om met Kerstmis een feestelijk versierde boom te plaatsen en elkaar geschenken te geven. Ook zijn aan kerstmis bepaalde gerechten verbonden: in Groot-Brittanië en enkele voormalige Engelse koloniën wordt dan bijvoorbeeld plumpudding gegeten en uit Amerika stamt het gebruik om kalkoen te bereiden. Tegen dergelijke gebruiken valt niets in te brengen. Het is een zaak voor een ieder afzonderlijk hoe men het kerstfeest wil beleven. Eén ding is echter belangrijk: het mag nooit zover komen dat uiterlijkheden de eigenlijke inhoud van het feest overschaduwen.

Voor ons moet altijd op de voorgrond staan: Kerstmis is een feest dat gewijd is aan de nagedachtenis van de geboorte van onze Verlosser. Daarom houden we dit heilig doordat we het gebeuren van weleer in dankbaarheid gedenken, de eigenlijke inhoud van dit feest en de daaraan verbonden verwachting heel goed tot ons laten doordringen en de zegen naar ons toetrekken, vooral tijdens de dienst in de gemeente.

Beloften werden werkelijkheid toen de tijd vervuld was

Laten we ons nu eens bepalen bij de feestelijke gebeurtenissen van destijds. Op zekere dag zond God de engel Gabriël naar de stad Nazareth in Galiléa tot de maagd Maria die met Jozef, een man uit het geslacht van David, was verloofd. Gabriël begroette de jonge vrouw en sprak tot haar: "Zie, gij zult zwanger worden en een Zoon baren; diens naam zult gij Jezus noemen. Deze zal groot zijn en een Zoon des Allerhoogsten genoemd worden; en God de Heer zal Hem de troon van Zijn vader David geven; en Hij zal koning zijn over Jakobs huis eeuwiglijk en aan Zijn koninkrijk zal geen einde zijn." Maria vroeg toen aan de engel: "Hoe zal dat toegaan, daar ik geen man weet?" Toen antwoordde Gabriël: "De Heilige Geest zal over u komen en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen; daarom zal ook het heilige dat van u geboren zal worden, Gods Zoon genaamd worden" (vgl. Lukas 1:26-35).

Iets wat schier onmogelijk was, had God laten verkondigen: een maagd zou zonder toedoen van een man, enkel en alleen door de Heilige Geest zwanger worden! Gabriël voegde er aan toe: "Bij God is niets onmogelijk." Daarop zei Maria: "Zie, ik ben des Heren dienstmaagd; mij geschiede gelijk gij gezegd hebt" (vgl. Lukas 1:37 en 38). Deemoedig voegde zij zich naar de wil van God. Welk een geloof spreekt uit deze eenvoudige woorden van deze jonge vrouw.

Het feit dat de Zoon van God zonder toedoen van een man werd ontvangen, kan ook worden gezien als een vervulling van het woord van God dat een nakomeling uit het zaad van de vrouw de kop van de slang zou vermorzelen (vgl. Genesis 3:15). Dit is zeer ongewoon, want in de bijbel wordt meestal gerefereerd aan de afstamming van de man.

Niet alleen van Maria, maar ook van Jozef werd geloof gevraagd. Toen hij merkte dat Maria zwanger was, wilde hij haar heimelijk verlaten. Dan echter verscheen hem een engel in een droom die tegen hem zei: "Jozef, zoon van David, vrees niet. Maria, uw vrouw tot u te nemen; want hetgeen in haar geboren is, dat is van de Heilige Geest. En zij zal een zoon baren; diens naam zult gij Jezus noemen. Want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden." Toen nam Jozef Maria tot zich en "hij bekende haar niet, totdat zij haar eerstgeboren Zoon gebaard had; en hij noemde Zijn naam Jezus" (vgl. Mattheüs 1:18-25).

Met de geboorte van Jezus uit een maagd ging de profetie van de profeet Jesaja in vervulling: "Zie, de maagd is zwanger en zal een zoon baren; die zal zij noemen Immanuël" (Jesaja 7:14; vgl. Mattheüs 1:23).

Een onbegrijpelijk wonder!

Een andere profetie die met betrekking tot de geboorte van Jezus in vervulling ging, was de verwijzing van Micha naar de geboorteplaats van de komende Messias: "En gij, Bethlehem Efratha, al zijt gij klein onder de duizenden van Juda, uit u zal mij voortkomen die in Israël Heer zal zijn, wiens uitgang van het begin en van eeuwigheid af geweest is" (Micha 5:1). Opdat deze belofte in vervulling kon gaan en de Zoon van God niet in de stad Nazareth ter wereld zou komen, waar Jozef en Maria woonden, gebruikte God de Romeinse keizer Augustus als werktuig. De keizer liet een volkstelling doen uitgaan, waarbij iedere inwoner van Judea naar de stad van zijn voorouders moest gaan. Daarom ging ook Jozef met zijn hoogzwangere vrouw Maria op weg naar Bethlehem. Daar baarde Maria "haar eerste zoon en wond hem in windsels en legde hem in een krib; omdat er voor hen geen plaats was in de herberg" (vgl. Lukas 2:1-7). Op deze wijze heeft God ervoor gezorgd dat door het gebod van de keizer, dat juist in die tijd was uitgevaardigd, Zijn belofte in vervulling ging.

Op treffende wijze beschrijft Apostel Paulus de gebeurtenis rond Christus' geboorte: "Toen de tijd vervuld was, zond God Zijn Zoon, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet, opdat Hij degenen die onder de wet waren, zou verlossen, opdat wij het kindschap ontvangen zouden" (Galatiërs 4:4-5). Met deze eenvoudige woorden beschreef hij het wonder van de geboorte van Jezus Christus en noemde ook de reden waarom de Zoon van God mens werd: om verlossing te bewerken en voor mensen de mogelijkheid te openen om godskinderen te worden. In Jezus Christus heeft God de weg gelegd waarop Hij ons als mensen Zijn liefde bewijst en wij het kindschap Gods kunnen ontvangen: "Ziet, welk een liefde heeft de Vader ons betoond, dat wij Gods kinderen zouden heten!" (1 Johannes 3:1).

In de zending van Zijn Zoon openbaarde God ons Zijn oneindig grote liefde: "Hierin is de liefde Gods jegens ons verschenen, dat God Zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat wij door Hem leven zouden" (1 Johannes 4:9). Deze liefde ging zover dat Christus zichzelf vernederde, afstand deed van Zijn heerlijkheid en Zijn goddelijke gedaante en de gedaante van een knecht aannam. Kerstmis, waarlijk een uiting van de liefde van de Vader en de Zoon.

De geboortedag van Jezus was een dag van allergrootste vreugde, die de mensheid goddelijke vrede bracht en waarop de komende heerschappij van Christus zich aankondigde. In de nacht van de geboorte van Jezus hoedden herders in de omgeving van Bethlehem hun kudde. Daar trad een engel van God hen tegemoet en de klaarheid en heerlijkheid des Heren omscheen hen. De herders, die niet wisten wat hun overkwam, vreesden zeer. Toen zei de engel: "Vreest niet!, Zie, ik verkondig u grote vreugde, die aan het gehele volk geschieden zal; want u is heden de Heiland geboren, die Christus, de Heer, is in de stad Davids. En hebt dit tot een teken: gij zult het kind vinden in windsels gewonden en liggende in een krib." Daarna lezen we: "En terstond was bij de engel de menigte der hemelses heirscharen, die God loofden, zeggende: Ere zij God in de hoogte en vrede op aarde, in mensen een welbehagen!" Daarna voeren de engelen ten hemel. De herders echter gingen naar Bethlehem waar ze alles precies zo vonden als de engel hun had gezegd. En nadat de herders de gebeurtenissen op het veld aan Maria en Jozef hadden verteld, gingen zij weer terug en "prezen en loofden God over alles wat zij gehoord en gezien hadden" (vgl. Lukas 2:8-20).

De geboorte van de Zoon van God was echter ook onder de heidenen niet onopgemerkt gebleven. In het morgenland (het Oosten) waren wijze mannen op grond van een bijzonder verschijnsel aan de sterrenhemel tot de conclusie gekomen dat bij de Joden een nieuwe koning geboren moest zijn. In Jeruzalem probeerden zij bij Herodes te weten te komen waar ze de nieuwe koning konden vinden. Op grond van de reeds vermelde tekst uit Micha 5:1 vertelden de schriftgeleerden dat de Christus in Bethlehem zou worden geboren. En dus zond Herodes de wijzen daarheen met het arglistige verzoek: "En als gij het vindt, zo zegt het mij weder, opdat ik óók kome en het aanbidde." In werkelijkheid echter wilde hij het kind doden, zodat het zijn regentschap niet in gevaar kon brengen. De wijzen trokken achter de ster aan die hen vooruitging "totdat zij kwam en stond boven de plaats waar het kind was. Toen zij nu de ster zagen, werden zij zeer verblijd; en zij gingen in het huis en vonden het kind met Maria, zijn moeder, en zij vielen neder en aanbaden het en deden hun schatten open en schonken hem goud, wierook en mirre" (vgl. Mattheüs 2:1-11).

God beval de wijzen echter in een droom om niet meer terug te gaan naar Herodus. En dus gingen zij via een andere weg terug naar hun land. Door een engel liet God tegen Jozef zeggen dat hij met het kind en Maria naar Egypte moest vluchten en daar moest blijven omdat Herodus het kind wilde vermoorden. Jozef gehoorzaamde en bleef met zijn gezin zolang in Egypte totdat Herodus in het jaar 4 vòòr het begin van onze tijdrekening stierf. Daaruit volgt dat het vastleggen van onze tijdrekening niet is gebaseerd op het feitelijke geboortejaar van Christus. Als het geboortejaar van Jezus wordt thans het jaar 7 voor Christus aangenomen.

Toen de koning merkte dat de wijzen niet meer terugkeerden, liet hij in Bethlehem en het aangrenzend gebied alle kinderen tot de leeftijd van twee jaar doden. Ook in deze samenhang ziet de evangelist Mattheüs de vervulling van woorden die eenmaal door profeten zijn verkondigd (vgl. Mattheüs 2:14-15, 17-18).

Verwachting voortvloeiende uit de geboorte van Jezus

Verscheidene goddelijke beloften die God voordien had aangekondigd, zijn met de geboorte van Jezus in vervulling gegaan. Daarom is het kerstfeest voor ons niet alleen een feest dat door ingetogenheid of oude gebruiken wordt gekenmerkt, maar tevens een bevestiging, dat God alles in vervulling doet gaan wat Hij heeft beloofd. Dit versterkt in ons de geloofszekerheid dat spoedig ook alle beloften vervuld zullen worden, die betrekking hebben op het tweede komen van Christus.

Zo onmogelijk als de geboorte uit een maagd het menselijke verstand toeschijnt, zo onmogelijk lijkt ook het aanstaande wonder van het ontrukken van de bruid van Christus. Doch ook hier geldt: " Bij God is geen ding onmogelijk!" Wanneer Jezus Christus weder komt, dan vernedert Hij zichzelf niet weer door zich aan de mensen gelijk te maken, maar maakt Hij de mensen die Zijn heil hebben aangenomen, door de verandering gelijk aan Zichzelf. Dat moment zal de kinderen Gods de grootste zaligheid brengen. Dan gaat ook de belofte in vervulling die in de laatste woorden van de bijbel is opgetekend: "Die dit getuigt, zegt: Ja, Ik kom haastig". (Openbaring 22:20).