Christus' Hemelvaart

De Opgestane verbleef nog 40 dagen op aarde en verscheen aan de Zijnen. In alle evangeliën en in 1 Korintiërs 15: 5-7 wordt daarover geschreven. De tijd tussen opstanding en Hemelvaart heeft als doel dat Jezus Zich als de "Levende" toont, als diegene, die de dood heeft overwonnen.

Met slechts weinig woorden doet Marcus 16: 19-20 verslag van de Hemelvaart: "Nadat Hij dit tegen hen had gezegd, werd de Heer Jezus in de hemel opgenomen en nam Hij plaats aan de rechterhand van God. En zij gingen op weg om overal het nieuws bekend te maken. De Heer hielp hen daarbij en zette hun verkondiging kracht bij met de tekenen die ermee gepaard gingen."

In Handelingen worden bovendien nog enkele aspecten van de Hemelvaart beschreven: "Maar wanneer de Heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en van Mij getuigen in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde. 'Toen Hij dit gezegd had, werd Hij voor hun ogen omhoog geheven en opgenomen in een wolk, zodat ze Hem niet meer zagen. Terwijl Hij zo van hen wegging en zij nog steeds naar de hemel staarden, stonden er opeens twee mannen in witte gewaden bij hen. Ze zeiden: 'Galileeërs, wat staan jullie naar de hemel te kijken? Jezus, die uit jullie midden in de hemel is opgenomen, zal op dezelfde wijze terugkomen als jullie Hem naar de hemel hebben zien gaan" (Hand. 1: 8-11). De Apostelen moeten niet naar de hemel staren, maar hun opdracht vervullen en het evangelie in de wereld verkondigen. Hun taak zal pas met de wederkomst van de Heer vervuld zijn.

In de vroege christenheid bestond er nog geen feest ter herinnering aan Christus' Hemelvaart. Pas in de vierde eeuw begon men in een aantal gebieden van de oosterse kerk de 40e dag na Pasen als Hemelvaartsdag te vieren. In de vijfde eeuw drong dit gebruik in gelijke mate als in het oosten door in het westen.

(© Verlag Bischoff Frankfurt)